Klimaat informatie over Noorwegen

Inleiding
Ondanks dat Noorwegen op dezelfde hoogte ligt als Siberië, Alaska en Groenland, heeft het een mild klimaat. Reden is de aanwezigheid van de warme Atlantische golfstroom, waardoor de zee nooit bevriest. Noorwegen kent een zeeklimaat, een landklimaat en een poolklimaat. Maar door het ruige terrein kent het land veel klimaatverschillen op korte afstand. Zo ligt het natste plekje en het droogste plekje van het land relatief dicht bij elkaar.

Geografie
Noorwegen is een van de bergachtigste landen van Europa en strekt zich uit over een lengte van zo'n 2500 kilometer. Van het zuiden naar het noorden is de afstand net zo groot, als van het zuiden naar het Middellandse Zeegebied.
Meer dan de helft van het land ligt 500 meter boven zeespiegel en ongeveer een kwart zelfs 1000 meter boven zeespiegel. De hoogste bergtoppen liggen in het zuiden; de Galdhøpiggen (2469 m) en de Glittertind (2464 m).

 Noorwegen

de krimpende bergtop

De Glittertind was lange tijd met 2481 meter de hoogste berg van Noorwegen. Maar de top bestond grotendeels uit ijs.
Tegenwoordig is dit ijs voor een flink deel verdwenen. In 1991 werd de hoogte vastgesteld op 2472 meter en momenteel wordt 2464 meter aangehouden. Daarmee is Galdhøpiggen (2469 meter) voortaan het hoogste punt van Noorwegen.

 

De bergen en plateaus worden afgewisseld door vruchtbare valleien en door snelle rivieren. Daar waar geen berg is, is wel een rivier of een meer. Door de vele watervallen en stroomversnellingen zijn deze onbevaarbaar.

Noorwegen bestaat voor 25 procent uit bos, 3 procent uit landbouwgrond en ligt bijna de helft van Noorwegen boven de poolcirkel. In totaal telt Noorwegen ongeveer 15.000 eilanden, waarvan er 2000 worden bewoond. Het land is verdeeld in een aantal regio's.

Het Vestlandet met als belangrijkste stad Bergen is bekend om haar fjorden. Tijdens de ijstijden werd Noorwegen bedekt met een 2000 meter dikke ijslaag. De gletsjers maakten diepe kloven in het landschap en zo ontstonden de fjorden. Enkele fjorden zijn meer dan honderd kilometer lang met de Sognefjord (204 km) als langste. Het Sognefjord is met 1330 meter ook het diepste fjord van Noorwegen.

Op sommige plaatsen dicht aan zee zijn de bergen 1500 meter hoog, zodat er een flink hoogteverschil is. In Vestlandet ligt ook de Jostedalsbre, een gletsjerveld van 815 km2. De westelijke kuststreek is bezaaid met eilanden.

Østlandet heeft als centrum de stad Oslo. Deze regio is vlakker dan Vestlandet en heeft meer landbouw en uitgestrekte bossen. Het landschap begint hier aan de lijzijde van de hogere bergen veel te lijken op dat van Zweden. Het is minder ruig en heeft meer met glooiende hellingen. De boomgrens ligt in dit gebied rond de 1000 meter en in dit deel van Noorwegen zijn ook loofbossen te vinden.

Sørlandet
is de zuidelijkste regio en ligt rond de stad Kristiansand. De bergen zijn hier lager en er zijn hoogvlaktes. Dit gebied kent vele rivieren, meertjes en loofbossen.

Trøndelag is het gebied rond Trondheim en ligt in het midden van Noorwegen. Het is een betrekkelijk vlak en vruchtbaar gebied. Trøndelag is het overgangsgebied van het relatief bewoonde zuiden en het minder bevolkte noorden.

Nord Norge is de grootste regio. Onder deze regio vallen onder andere de Lofoten-eilanden. Nord Norge bestaat uit bergen, eilanden en fjorden. Op sommige plaatsen is Noorwegen slechts 80 kilometer breed. De hoogste bergtoppen van de Scandinavische bergrug liggen op die locaties in Zweden. In het hogere noorden ligt Finnmark en is het landschap lager met bergen tot maximaal 1067 meter. De bomen zijn hier verdwenen, want de boomgrens ligt op zeeniveau.

NoorwegenTraditioneel is de Noordkaap het noordelijkste puntje van het Europese vastenland, maar officieel is dat Kinnarodden in Nordkyn. Nog noordelijker liggen Frans Jozefland en Spitsbergen. Dit laatste eilandenrijk is ook onderdeel van Noorwegen.

Klimaat
Het zuiden en de fjordenkust in het westen kent een zeeklimaat. Elders in het binnenland heerst een landklimaat.
In het zuiden gaat dit gepaard met een warme zomer.
In het noorden krijgt het landklimaat met koele zomer de overhand. Ook direct langs de kust is er een landklimaat, bijvoorbeeld in Tromsø. In de bergen en in het hogere noorden heerst een poolklimaat.

Temperatuur
Dankzij de warme Atlantische golfstroom is de gemiddelde temperatuur in Noorwegen langs de kust mild. In Bergen is het gemiddeld 7,7 graden en ook in het noorden neemt de gemiddelde temperatuur nauwelijks af. In Trøndelag is deze 5,3 graden en in Bodo (boven de poolcirkel) nog steeds +4,6 graden. De vuurtoren van Helnes (Noordkaap) kent een gemiddelde temperatuur van 2,3 graden.

Klik op de kaart voor een vergroting Kouder wordt het pas in de bergen. Het zuidelijke Geilo op 810 meter hoogte heeft een jaartemperatuur van 1,0 graden. Ook langs de grens met Finland op het Finnmark Plateau is het koud. In Sihccajavri is de gemiddelde jaartemperatuur -3,1 graden. In de bergen is het op veel plaatsen gemiddeld -4 graden, soms wel -8 graden. (Klik op het kaartje hiernaast)

Zomer
Het warmste gebied is in de zomer te vinden in Østlandet en in delen van Sørlandet. In Oslo is het in juli het warmst en zijn de maximumtemperaturen vergelijkbaar met in De Bilt. De hoogste temperatuur in Noorwegen ooit, werd genoteerd in Nesbyen. Op 20 juni 1970 werd het hier 35,6 graden. In het noorden wordt het in de zomer overdag zo'n 18 graden. Dankzij de middernachtzon wordt het hier ook af en toe tropisch. De hoogste temperatuur in deze regio is gemeten in Sihccajavri (Finnmark). Op 23 juni 1923 werd het hier 34,4 graden. Vriezen doet het zomers uiteraard op de gletsjers in het westen. De -8,3 graden die werd gemeten in Fanaråken is de officiële laagste julitemperatuur.

Winter
In de winter tempert het relatief warme zeewater de ergste vorst. Langs de kust van Vestlandet tot aan de Lofoten is de temperatuur in januari en februari 's nachts iets boven het vriespunt. De temperatuur is vergelijkbaar met die in De Bilt. In het binnenland daalt de temperatuur, ook vanwege de hoogte, tot -13 graden. Op het Finnmark Plateau zelfs tot -15 graden.

Karasjok in Finnmark is de koudste plaats van Noorwegen. Hier wordt het jaarlijks op 28 dagen kouder dan -30 graden. Karasjok is recordhouder met als absolute minimum -51,4 graden op 1 januari 1886. Alle kouderecords van de maanden november tot en met april staan op naam van Karasjok.

Temperaturen tot onder de -40 graden zijn niet ongewoon in het binnenland. Ook in het zuidelijke Østlandet kan het zo koud worden, alhoewel niet ieder jaar -40 graden wordt opgetekend. Bij een sterke zuidelijke wind kan door het föhneffect de temperatuur in het midden van het land flink oplopen. Op 23 februari 1990 werd het in Sunndalsøra (ten zuidwesten van Trondheim) 18,9 graden. Dit is een hoger temperatuurrecord dan in Zweden of Denemarken.

Neerslag
Neerslag in Noorwegen bestaat uit frontale neerslag, stijgingsneerslag en buien. Frontale regen is het meest voorkomend en hangt samen met depressies die vanaf de Atlantische Oceaan Noorwegen bereiken. De frontale neerslag ontstaat op het scheidingsvlak van vochtige zachte lucht uit het zuiden en koele droge lucht in het noorden. Frontale neerslag valt het gehele jaar door en dankzij de opstuwing in de bergen ontstaat stijgingsregen. Op 50 kilometer landinwaarts valt de meeste stijgingsregen. Buien vallen meer in de zomer, wanneer de convectie het sterkste is.

Klik op de kaart voor een vergroting De meeste neerslag valt in de herfst en winter en dan vooral in het gebied tussen Bergen en Alesund. In Brekke (ten noorden van Bergen) valt jaarlijks 3575 millimeter regen. Andere plaatsen in de buurt hebben vergelijkbare hoeveelheden. Ook zijn er veel regendagen. In het nabijgelegen Takle bijvoorbeeld valt op 101 dagen per jaar meer dan 10 millimeter neerslag, op 44 dagen meer dan 25 millimeter regen en op 19 dagen meer dan 40 millimeter regen. Het is het natste gebied van Europa. Brekke is ook recordhouder op het gebied van de jaarlijkse neerslag. In 1990 werd 5596 millimeter neerslag gemeten. Vermoed wordt dat de gletsjers in het westen zelfs jaarlijks 5000 millimeter neerslag per jaar valt.

Etmaalsom

De hoogste etmaalsom van Noorwegen is gevallen op 26 november 1940. Toen viel er in Indre Matre (omgeving Bergen) 229,6 millimeter op één dag. Ook het decemberrecord staat op naam van Indre Matre. Een andere natte plek is Lurøy, een eilandje voor de kust ter hoogte van Mo. Deze locatie heeft de eer de hoogste etmaalsom van juni, juli en februari op naam te hebben. Ook deze kusten hier in het Nord Norge zijn met jaarlijks 800 tot 1000 millimeter nat. (klik op het kaartje hier rechts)

Østlandet en Finnmark hebben minder te maken met depressies. Deze regio's liggen in de zogenaamde regenschaduw van de bergen of gewoon buiten de gemiddelde depressieroute. De meeste neerslag valt hier zomers uit buien. In Finnmark mag dan gemiddeld jaarlijks zo'n 360 millimeter neerslag vallen, het droogste gebied is in het zuiden te vinden. Op enkele honderden kilometers van het natte westen, ligt het droge Sjak met jaarlijks slechts 278 millimeter.

Sneeuw
Vanaf september blijft de eerste sneeuw liggen en in juni verdwijnt de laatste sneeuw uit het land. In het zuidwestelijke Sola duurt de winter van november tot en met maart. In Sola ligt ook de minste sneeuw. Op 12 dagen per jaar noteert men hier een sneeuwdek van 5 centimeter of hoger, maar naarmate het terrein in Zuid-Noorwegen hoger wordt neemt het aantal dagen snel toe. In Geilo is dit aantal dagen al gestegen tot 190 dagen per jaar. Bijna net zoveel als het geval is in Finnmark, 2000 kilometer noordelijker. Ook een kustplaats als Tromsø kent een hoog aantal dagen met sneeuwbedekking, namelijk 188. Tromsø is tevens de plaats waar ook gemiddeld genomen het hoogste sneeuwdek ligt. Op 124 dagen per jaar is het hier dikker dan 50 centimeter. In Sola komt nooit een sneeuwdek van 50 centimeter voor. De meeste sneeuw ligt in februari en maart.

NoorwegenOnweer
De kuststreek in het zuiden, alsmede de regio Østlandet maken op zo'n 10 dagen per jaar onweer mee. In de bergen en in Nord Norge neemt dit aantal af tot minder dan 5. In het uiterste noorden onweert het zelden. Het zuiden van Noorwegen krijgt een enkele keer te maken met een onweerscomplex dat vanuit Engeland of Nederland uiteindelijk Noorwegen weet te bereiken. Dergelijke onweercomplexen kunnen hevig zijn en met rolwolken gepaard gaan.

Zonneschijn
De zon schijnt niet uitbundig in Noorwegen. Langs de kust regent het vaak en als het niet regent is er laaghangende bewolking. Bergen komt tot 1223 uur zon per jaar en Bode en Tromsø doen het al niet veel beter. Ronduit somber is het ook in Finnmark. Ondanks de middernachtzon schijnt de zon in Karasjok slechts 1090 uur. Beter is het in Østlandet met in Oslo 1632 uur zonneschijn. Kristiansand in het zuiden heeft met 1795 uur het meeste aantal uren zon. En dan is meer dan in De Bilt die jaarlijks 1477 uur zonneschijn heeft.

Wind

De meeste wind staat in Færder fyr in het zuiden. Hier aan het Skagerrak staat op 27 dagen per jaar minimaal een windkracht 8 of hoger. Bodø en Skrova fyr in Nord Norge zijn ook winderig met zo'n 24 dagen windkracht 8 of hoger. Zelden is het hier langs de ruige kust windstil. Op 280 dagen per jaar staat er wind met een windkracht 5 of hoger. Weinig wind komt voor in Finnmark en achter de hoge bergen in het zuiden. In Karasjok en Rena - Haugedalen waait het zelden.

 


Weerlinks:
Het klimaat van Denemarken
Het klimaat van Zweden
Het klimaat van Finland
Het klimaat van Spitsbergen
Het klimaat van Schotland
Het klimaat van IJsland

 


Foto's: Jos Magdelyns

31-01-2013 | Klimaat_Europa | 154
© 2024 Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie