Algemene informatie over de VWK

De Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie is een landelijke vereniging, die zich tot doel stelt om de populair-wetenschappelijke beoefening van de weerkunde voor iedereen toegankelijk te maken.

De vereniging is in 1974 opgericht en telt ca 600 leden. De activiteiten en interesses van de leden zijn divers met als bindende factor weer en klimaat. Zo zijn er personen die zich hebben toegelegd op het maken van weerfoto's, terwijl anderen zich meer bezighouden met het beheer van een weerstation. De VWK heeft leden van jong tot oud en van beginnend amateur tot professional. Door deze grote diversiteit aan leden, heeft de vereniging een waardevol bezit, namelijk een uitgebreide kennis over weer en klimaat in de breedste zin van het woord.

De verrichte metingen en waarnemingen van deze weerstations worden verwerkt in dagboeken en soms gebruikt voor onderzoek. De weeramateurs geven hun waarnemingen door aan VWKweb en ons maandblad Weerspiegel. VWK bestaat uit vier steunpilaren:

  • Weerspiegel
    Een fullcolor maandblad van 32 pagina's in A4-formaat over het weer (oplage ca 300).
  • Landelijke bijeenkomsten
    Bijeenkomsten in het KNMI-gebouw.
  • Regionale bijeenkomsten
    Bijeenkomsten in de regio.
  • VWKweb
    Een interactieve weersite, waar gegevens via internet worden uitgewisseld.
  • Meer dan 100 weerstations in een eigen netwerk (Sylphide project).

KNMI en VWK
VWK heeft sinds haar oprichting een warme band met het KNMI. Periodiek worden samen projecten uitgevoerd. VWK houdt een paar keer per jaar een bijeenkomst in het KNMI-gebouw.


Wat schreef het KNMI bij ons zilveren jubileum over onze vereniging? 

Wat ooit begon als een briefwisseling tussen twee jeugdige hobbyïsten, zou in korte tijd uitgroeien tot een organisatie van weeramateurs. Werkgroep Weeramateurs was de naam en de club telde binnen een jaar enkele tientallen leden.

KNMI staat open voor amateurmeteorologie.

Met het aantal leden groeide de hoeveelheid weergegevens die in het clubblad Weerspiegel gepubliceerd werden. De contacten met het KNMI waren meteen goed, wat niet verwonderlijk was met een directeur die zelf in de voetsporen van KNMI-oprichter Buys Ballot als amateur was begonnen.

Hoofddirecteur Bijvoet nodigde de weeramateurs uit hun landelijk overleg, dat plaatsvond op de sterrenwacht in Utrecht, voortaan in De Bilt te houden. Een droom werd werkelijkheid en de banden met de professionals werden aangetrokken. Een tussenpersoon was van dienstwege aangesteld om de amateur-activiteiten te begeleiden en dat heeft veel vruchten afgeworpen.

Zo werd in 1980 een onderzoek ingesteld naar de regionale kwaliteit van de weersverwachting van het KNMI en de verschillen met de verwachtingen van de zusterinstituten in Duitsland en België voor de desbetreffende grensstreken.

Andere amateurprojecten waren een inventarisitie van sneeuwgegevens, classificatie van winters en zomers en bliksemregistraties. Sinds 1999 bestaat een waarnemingsnetwerk vrijwillige waarnemers voor noodweer, waarbij de informatie via e-mail aan het KNMI wordt gemeld.

Meldingen uit de praktijk van omgewaaide bomen of hagelstenen als kippeneieren zijn een nuttige aanvulling op de officiële data die de meteoroloog op zijn beeldscherm langs ziet komen.

Tegenwoordig is de benaming amateurs vervangen door weergeïnteresseerden en is de Werkgroep omgedoopt in de Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie. Het enthousiasme is er niet minder om, integendeel. De Vereniging, compleet met penningmeester, voorzitter en noem maar op, gaat met ruim duizend leden de 21e eeuw in en ook regionaal zijn afdelingen actief.

"Bekende" Nederlanders in Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie.
Menig van radio, tv en pers bekende weerman, zoals Jan Versteegt van Radio 2 en regionale pers, Jan Visser van Radio 10 en Trouw en Reinier van den Berg van RTL begonnen hun loopbaan als lid van de amateurclub.

Andere amateurs hebben inmiddels een docterstitel voor hun naam en rekenen als onderzoeker van het KNMI of de universiteit aan het broeikaseffect. Ze hadden de wind in de rug: het uitzonderlijke weer, de grotere kwetsbaarheid van de samneleving voor weersomstandigheden, de groeiende interesse van publiek en media en de ontwikkelingen op vakgebied hadden een gunstige uitwerking op de arbeidsmarkt.

Het weer wordt verkocht Het weer is de laatste jaren handelswaar geworden, wat heeft geleid tot een enorme hausse aan populaire weerpraatjes. Als je vroeger als amateur de mededelingen voor land- en tuinbouw miste, moest je tot de volgende dag wachten op het eerstvolgende inhoudelijke weerbericht van het KNMI. Tegenwoordig kun je radio of TV niet aanzetten of er is wel een weerman aan het woord of druk gebarend met zijn armen in beeld.

Wat enkele jaren geleden alleen nog in de VS gebeurde is nu tot Europa doorgedrongen en de "show goes on"; er komen steeds weer nieuwe zenders met nieuwe weermannen en -vrouwen. De liefhebbers keren de afgemeten weerpraatjes, waarin de meteorologie niet meer aan bod komt, tegenwoordig massaal de rug toe en leven zich uit op internet.

Tientallen weeramateurs zijn op het internet actief met eigen sites, de een nog mooier dan de ander. Bijzonder weer, waar ook op aarde, kan live worden gevolgd en wie iets wil weten over een hittegolf in Australië kan surfend over het internet een schat aan gegevens binnenhalen. De amateurmeteorologie is een nieuw tijdperk ingegaan en ondanks alle handel in weer en wind en technisch vernuft zijn de ware liefhebbers zichzelf gebleven.

19-01-2013 | Vereniging_VWK_Intro | 80
© 2019 Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie