Neerslag algemeen

Neerslag is misschien wel het meest gemeten weerelement. Maar het is misschien wel de lastigste om ook echt nauwkeurig te meten. Er zijn drie typen meetinstrumenten te onderscheiden welke ook in te delen zijn in standaardinstrumenten en niet-standaardinstrumenten.

Opstelling
De opstelling van de regenmeter is belangrijker dan wel eens wordt gedacht. Bij voorkeur stel je de regenmeter op, op 0.3-0.5 meter hoogte. Wanneer een regenmeter boven 2.0 meter wordt opgesteld, wordt de neerslag sterk onderschat en de meting is weinig betrouwbaar. De reden dat de neerslagmeting onbetrouwbaar wordt, is de turbulentie rondom een regenmeter dat een obstakel vormt binnen een enigszins of nauwelijks verstoord windveld. Ook wanneer het windveld significant verstoord wordt (obstakels binnen vijf maal hun hoogte), verstoort dit de neerslagmetingen. Wanneer de afstand van obstakels minder dan twee maal hun hoogte is, ontstaat er een regenschaduw. Daarom zijn ook deze metingen onbetrouwbaar. 
Naast de regenmeter op 0.3 tot 0.5 meter hoogte opstellen, is er nog een (waarschijnlijk net iets betere) opstelling. Dat is de Engelse opstelling. Er wordt een kuil gegraven met een straal van twee tot vijf meter. Die moet 0.4 tot 0.5 meter diep zijn (gelijk aan de hoogte van de neerslagmeter). De ondergrond in de kuil is grind. 

Engelse opstelling
Bovenstaande figuur laat een vlotterregenmeter in de Engelse opstelling zien. Ernaast staat nog een back-up tipping bucket regenmeter. Deze opstelling wordt ook door het KNMI gebruikt, al staat er daar maar één regenmeter in een kuil.

Standaard regenmeter
De standaardregenmeter is een regenmeter die een opvangvlak van 200 (eventueel 400) vierkante centimeter heeft met een scherpe rand. Onder het opvangvlak loopt de regenmeter steil naar beneden. Via een trechter komt een regendruppel in een opvangbak. Hier kan geen straling komen en daarmee wordt de verdamping geminimaliseerd. De opvangbak kan eventueel door een tipping bucket (zie hieronder) vervangen zijn.

Handmatige regenmeter
De handmatige regenmeter is bijvoorbeeld de nauwkeurig afgestelde Hellmann. Dit is een standaard regenmeter die (versie 200 vierkante centimeter) een maatglas van 0.1 mm heeft. Dat geeft dus een hoge nauwkeurigheid van 0.1 mm. Deze wordt één maal per dag (18 UTC of 24 UTC of eigen tijdstip) geleegd. Andere handmatige regenmeters zijn de huis-tuin-en-keuken-regenmeter en de KNMI regenmeter. De huis-tuin-en-keuken-regenmeter, met name de groene, geeft al een redelijke indicatie van de hoeveelheid neerslag mits er vaak genoeg wordt gemeten i.v.m. verdamping in de zomer. Het is een niet-standaard regenmeter waardoor verdamping niet wordt tegengegaan en vaak legen in de zomer belangrijk is (het liefst zelfs meerdere malen per dag bij wisselende bewolking).

Tipping bucket
Dit is de regenmeter die bijvoorbeeld in een Davis zitten. De nauwkeurigheid is bij sommige duurdere versies 0.1 tot 0.25 mm en bij goedkopere 0.5 tot 1.5 mm per tip. Ook afwijkingen kunnen sterk variëren. De tipping bucket klapt om wanneer er een bepaalde massa (dus volume, dichtheid water is 1 kg/l) aan water is gevallen. De het tweede "wipje" is dan boven en vangt de regen op. Deze valt ook bij een bepaalde hoeveelheid neerslag. Door het aantal maal te tellen dat de regenmeter is bewogen, is de neerslaghoeveelheid bekend.

tipping bucket
Hier is het kantelbakmechanisme van de tipping bucket goed te zien.

Vlotter
Een vlotterregenmeter registreert nauwkeurig de waterhoogte in een reservoir en de verandering daarvan is kan omgerekend worden naar een neerslaghoeveelheid. Als de hoogteverandering nauwkeurig bekend is, kan de neerslaghoeveelheid nauwkeurig worden bepaald. Bij goede sensoren kan dat op 0.01 mm nauwkeurig. De afwijking is gering (orde 5%), maar de regenmeter is duur.

18-01-2013 | Achtergrond_Neerslag | 79
© 2019 Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie