Klimaat informatie over de staat Alaska

Inleiding
In de noordelijke Amerikaanse staat Alaska heersen verschillende klimaten. Zeestromingen, bergruggen en een lage zonnestand bepalen voornamelijk het klimaat. In het noorden komen poolwoestijnen voor, in het zuiden heerst een mild klimaat dat vergelijkbaar is met Nederland. Ondanks het ijzige imago van Alaska komen 's zomers in het midden van de staat temperaturen voor, van boven de 35 graden.

Geografie

Kaart van AlaskaAlaska is de 49ste staat van de Verenigde Staten en beslaat met ruim anderhalf miljoen vierkante kilometer oppervlak, ongeveer twintig procent van het totaal (zie schets rechts).

Alaska ligt in het uiterste noordwesten van het Amerikaanse continent en telt ongeveer 550.000 inwoners. De hoofdstad van Alaska is Juneau en ligt in het zuidelijke fjordengebied. Andere bekende plaatsen zijn Anchorage, Fairbanks (in het centrum) en Barrow in het uiterste noorden.

Alaska heeft een ruig landschap en de hoogste bergen van de Verenigde Staten zijn hier te vinden. Zeventien van de twintig hoogste bergtoppen van de Verenigde Staten liggen in Alaska. Mount McKinley is met 6194 meter het allerhoogste top.

Alaska mountansDe bergen zijn veelal vergletsjerd met de belangrijkste bergketens de Alaska Range en het Wrangellgebergte (De hoogste top is 4940 meter). Vijf procent van Alaska bestaat uit gletsjers.

Een groot deel van het land bestaat uit een centraal plateau waar de Yukon doorheen stroomt. Deze rivier is 3200 kilometer lang en drie maanden per jaar niet bevroren. Alaska heeft in totaal drieduizend rivieren en drie miljoen meren.

 

De staat Alaska heeft ongeveer zeventig werkende vulkanen. Elk jaar komen er vijfduizend aard- en zeebevingen voor. Dat kunnen soms zeer zware aardbevingen zijn. Op 27 maart 1964 kwam op 120 kilometer ten zuidoosten van Anchorage een aardbeving met een kracht van 9.2 op de schaal van Richter. Plaatselijk werd de bodem 15 meter opgetild. Van de tien sterkste aardbevingen in de wereld kwamen drie voor in Alaska.

De begroeiing neemt van zuid naar noord langzaam af. In het zuiden komen wilgen en berken voor. Het onkruid kan door het vochtige klimaat tot drie meter hoogte groeien. Ten noorden van Anchorage komen meer naaldwouden voor. Tot ongeveer 67° Noorderbreedte is Alaska bedekt met naaldwouden. Daarboven ligt het nationale park Kobuk Valley dat bestaat uit onder andere een poolwoestijn met zandduinen.

Het klimaat
In het zuiden langs de kust en bij de eilanden heerst een zeeklimaat. Bergen beschermen de kustlijn tegen arctische kou-uitvallen vanuit het binnenland. In het westen heerst eveneens een zeeklimaat, maar deze wordt in de winter meer continentaal. De poollucht heeft hier meer grip. In het noorden heerst een toendraklimaat met weinig neerslag. In het oosten en midden een landklimaat. Daar kunnen hoge temperaturen voorkomen. Ten noorden van de Yukon-rivier heerst de permafrost.

Het zuidelijke zeeklimaat
Het zuidelijk kustgebied heeft een vochtig klimaat. Het groeiseizoen duurt ruim 140 dagen. Tussen half juni en eind augustus is het zomer. De gemiddelde maximumtemperatuur in juli en augustus is rond de 19 graden Celsius. De temperatuur loopt hier dankzij een warme golfstroom flink op. In de winter wordt het zelden kouder dan 15 graden onder nul. Met een gemiddelde jaartemperatuur van rond de +4 graden is het wel beduidend koeler dan in Nederland. Alleen in het zuidoosten van Alaska heerst een jaartemperatuur van bijna 7 graden. De allerhoogste temperatuur in Alaska werd gemeten op 27 juni 1915. In Fort Yukon werd het toen 37,8 graden.

 

AnchorageIn Anchorage heerst een voor velen verrassend mild klimaat. De stad wordt beschermd door de Chugach Mountains en staat onder invloed van de warme golfstroom.

In de zomer wordt het rond de18 graden en in de winter vriest het -13 graden.

De zon schijnt jaarlijks 2061 uren en vooral de maanden mei en juni dragen hier aan bij.

Met 400 millimeter neerslag regent en sneeuwt het niet zo vaak.

 

In Kodiak valt jaarlijks 1700 millimeter regen. De regen is gelijkmatig over het jaar verdeeld en vrijwel elke maand valt meer dan 100 millimeter regen of sneeuw. Nat is het in het zuidoosten. Hier in de bergen valt plaatselijk 7000 millimeter per jaar. MacLeod Harbor op Montague Island noteerde in 1976 zelfs 8440 millimeter neerslag. In november van dat jaar viel toen alleen al 1803 millimeter. Doorgaans is oktober de natste maand van het jaar aan de kust.

De hoogste dagsom werd bereikt in Cordova. Op 29 december 1954 viel 359 millimeter. Vooral de winter is nat en het zal niemand verbazen dat veel neerslag als sneeuw valt. Zo viel in Thompson Pass bij Valdez op een dag in december 1955 eventjes 157 centimeter sneeuw. In 1953 viel 24,75 meter sneeuw in het hele jaar.

Onweer komt zelden voor in het zuidoosten van Alaska. Hooguit als een actief koufront van zee komt opzetten, gaat dit gepaard met onweersactiviteit.

Aleoeten.
Waaien doet het vooral op de Aleoeten-eilanden. In Shemya op een van de westelijke eilanden is ooit een windsnelheid van 222 kilometer per uur voorgekomen. Het klimaat wordt hier vooral beïnvloed door de golfstroom. Vaak is het mistig en bewolkt. Op slechts tien dagen per jaar is het onbewolkt en schijnt de zon volop.

Het westelijke zeeklimaat
Het westen van Alaska heeft een zeeklimaat. Het warme water van de oceaan komt in de Beringzee samen met het koude water van de Noordelijke ijszee. Hierdoor is het weer grillig. Het ene moment is er een krachtige wind, het andere moment zijn er mistbanken met nauwelijks wind.

Wanneer een storm ontstaat boven de Bering Zee en deze naar het noorden trekt, waait het langs de westkust flink. Door het lage land in de kuststreek ontstaan dan overstromingen. De gemiddelde temperatuur ligt in de zomer rond de 15° Celsius en 's winters vriest het -20 graden. Jaarlijks valt tussen de 300 en 500 millimeter neerslag.

Het landklimaat in het midden en oosten
Achter de bergen van Alaska Range belanden we in een andere klimaatzone. Er heerst een landklimaat met hoge zomer- en lage wintertemperaturen.

In Fairbanks is het zomers overdag gemiddeld 22,4 graden. In Fort Yukon, ten noorden van Fairbanks, werd het in juni 1915 zelfs 37,8 graden en daarmee werd de hoogste temperatuur van Alaska bereikt. De zomerdagen duren kort, want in september is het alweer tien graden kouder, dan in juli.

Tussen eind mei en begin augustus komt onweer voor. Gemiddeld gebeurt dit in Fairbanks op acht dagen per zomer. In de heuvels ten noorden en oosten van Fairbanks onweert het vaker. Zeer zelden komt het hier tot verwoestende hagelbuien. In de zomer is het meestal droog in Centraal Alaska, waardoor enorme bosbranden ontstaan.

In juni schijnt de zon gemiddeld 334 uur. Op sommige dagen is deze 21 uur boven de horizon.

 

In de winters daalt de temperatuur tot gemiddeld -19 graden. De nachttemperaturen liggen dan rond de -28 graden. Gedurende enkele weken per jaar komen temperaturen voor tot -35 graden. De koudste Alaska-temperatuur is gemeten in Prospect Creek op 23 januari 1971. Toen werd het -62,2 graden Celsius.

De hoeveelheid jaarlijkse neerslag bedraagt hier 300 millimeter per jaar. Van oktober tot april ligt er sneeuw in Fairbanks, met op het hoogtepunt in februari gemiddeld 55 centimeter.

In de winter komt het nog wel eens tot mist. Het zicht daalt dan tot minder dan honderd meter. Vaak is het rustig weer in Fairbanks. Storm en blizzards komen weinig voor. De afstand tot de zee en de beschutte ligging is hiervoor de belangrijkste reden.

Het droge noorden
Boven de poolcirkel staat het land onder invloed van de koude golfstroom van de Arctische oceaan en de Beaufortzee. Hier heerst een toendraklimaat. De gemiddelde jaartemperatuur is -12 graden. Slechts 100 dagen per jaar komt de gemiddelde dagtemperatuur boven het vriespunt uit. Op 322 dagen per jaar daalt de nachttemperatuur tot onder het nulpunt. Ook in juli is dat het geval. Dan is het overdag 7 graden, maar vriest het 's nachts. De Beaufortzee is dan ijsvrij. De hoogste temperatuur die ooit is gemeten in Barrow bedroeg 26 graden.

 

Alaska noordIn het noordelijke puntje van Alaska, Barrow, vriest het in februari gemiddeld -31 graden. Een windkracht 6 zorgt boven de kale vlakte voor driftsneeuw en dat de lucht extra koud aanvoelt. De laagste temperatuur bedroeg -48 graden.

Neerslag komt weinig voor. In Barrow valt jaarlijks 112 millimeter en dan voornamelijk in het najaar. Tweederde van de neerslag valt als sneeuw en het meeste blijft liggen. In 2001 kwam in Barrow tot verbazing van de inwoners een zomerse onweersbui voor.

In Barrow gaat de zon onder op 18 november (12.50 uur) en komt ze weer op 24 januari (11.51 uur) tevoorschijn. Tussen 10 mei en 2 augustus is de zon 24 uur per dag zichtbaar. De zon wordt op 187 dagen van het jaar getemperd door mist en bewolking. Alleen in het voorjaar schijnt de zon volop.

 

 

Weerlinks:

Het klimaat van Noord-Canada

Het klimaat van het noordpoolgebied

Het klimaat van Oost-Siberië

16-01-2013 | Klimaat_Amerika_US | 56
© 2021 Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie