Klimaat informatie over West-China

Onder het westen van China rekenen we Xinjiang, Gansu, Qinghai en Tibet. Het zijn dun bevolkte gebieden, waar het landschap ruw is.

Geografie

Het dunbevolkte westen van China staat in teken van hoogte of woestijnen.

Een omvangrijk berggebied bestaande uit de Himalaya, het Kunlungebergte en het Tanggula-gebergte vormt de belangrijkste hoogtes. Toppen van de bergen liggen tot boven de 8000 meter. De lagere delen liggen op een hoogte van gemiddeld 4000 meter, zodat sprake is van het dak van de wereld. Het Altun- en Nan-gebergte vormt de grens met het hoogste gedeelte.

Verder bestaat het gedeelte tegen Kazachstan en Mongolië uit veel woestijn. De Turpandepressie tot 154 meter onder zeespiegel is opvallend diep. Zeker omdat vlakbij een berg ligt van 6000 meter hoog.

Himalaya

In de bergen ontspringen veel rivieren. Sommigen stromen naar de Oost Chinese Zee, anderen naar de Zuid Chinese Zee of de Golf van Bengalen. De Yarlungzangbo, die oostwaarts ten noorden van de Himalaya over het Tibetplateau stroomt en tenslotte als de Brahmaputra in de Golf van Bengalen uitmondt, is de hoogst gelegen rivier ter wereld.

Binnenrivieren worden voornamelijk aangetroffen in het droge noordwesten. Deze rivieren bevloeien éénderde van het totale grondgebied van China. Ze worden gevoed door gletsjers en sneeuw en drogen daardoor regelmatig op. De meeste binnenrivieren dragen bij tot de uitgestrekte ondergrondse waterreservoirs die onder het woestijngebied van Noord- en Noordwest-China liggen. Met 2137 kilometer is de Tarim He de langste binnenrivier van China. De meren in het noordwesten van het land liggen vooral op hoogvlaktes en zijn meestal waterverzamelplaatsen in afvoerloze gebieden, met een sterk wisselende waterstand en een hoog zoutgehalte.

Aan de oostkant van het Tarim-bekken ligt Lop Nor, het op één na grootste zoutmeer van China. Lop Nur beslaat 2570 km2 en is de afgelopen millennia voortdurend van plaats, vorm en diepte veranderd. Rond dit meer bevinden zich vele zandduinen en witte zoutpannen.

Woestijn- en hooggebergteklimaat
Het klimaat in China valt uiteen in twee periodes. In de winter ligt boven Oost-Siberië een hogedrukgebied van rond de 1035 hPa. China is dan onder invloed van een zwakke noordelijke luchtstroming. In juli nestelt zich een lagedrukgebied van 1000 hPa boven het midden van China (Sichuan). Boven West China ontstaat een westelijke tot zuidwestelijke luchtstroming.

ChinaGemiddeld is het in het westen van China vanwege de hoge ligging niet al te warm. In de bergen is het gemiddeld zo'n 3 graden in plaatsen als Yushu (3600 meter) en Dulan (3200 meter). In de lagere delen is het niet veel warmer met in Hami tegen de grens met Mongolië zo'n 10 graden. In Kashi in het westelijke deel van de Takla-Makanwoestijn wordt het gemiddeld 12 graden. Het woestijngebied kent wel flinke extremen. De temperatuurverschillen tussen zomer en winter kunnen oplopen tot ongeveer 80 ºC.

Neerslag valt er niet al teveel. In de Himalaya gaat het nog om 400 millimeter, maar in de woestijn bij Ruoqiang is dat 26 millimeter per jaar. Over zonneschijn hebben de inwoners van West China niet te klagen. In het droge Ruoqiang schijnt de zon ruim 3100 uur per jaar. Het is de zonnigste plek van China.

Winter

In de winter is het behoorlijk koud. In de noordelijke woestijn vriest het gemiddeld -15 tot -20 graden. Uitschieters tot -40 graden onder nul zijn mogelijk. In de lagere delen van de Himalaya (Lhasa +3650 meter) vriest het 's nachts slechts -10 graden. De temperatuur daalt hier in Lhasa niet tot extreem lage waardes. Het is wel snijdend koud.

Overdag is het in de woestijn niet veel warmer dan 's nachts. In het uiterste noordwesten wordt het gemiddeld overdag in de winter -10 graden. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen dooit het in januari. In de lagere delen van de bergen is het warmer tot +7 graden. Neerslag valt er in de winter nauwelijks. Over een afstand van duizenden kilometers valt er slechts een enkele millimeter. En als het dan toch sneeuwt is dit een sporadisch sneeuwlaagje. De woestijnen zijn 150 dagen per jaar bedekt met een dunne sneeuwlaag. De harde wind maakt het onaangenaam om er rond te trekken.

Zomer
In juli is het in de woestijn tussen de 25 en 27 graden. De temperatuur loopt op tot plaatselijk boven de 35 graden en zelfs 45 graden is mogelijk. De heetste plaats van China is Turpan. Hier in de Turpandepressie op 154 meter onder de zeespiegel is het echt heet en is een temperatuur van 50 graden mogelijk.

Op de hooglanden van Tibet en Qinghai (boven de 4000 meter) zijn de zomers kort en gematigd warm. In Lhasa is het aangenaam met een maximumtemperatuur van 23 graden. Zo af en toe wordt het zelf tropisch, maar niet echt vaak. In de nachten koelt het flink af en de temperatuur daalt 's avonds snel.

De meeste neerslag beperkt zich zomers tot Qinghai. Dan bereikt de moesson uit India het gebied en valt er op zo'n 20 dagen per maand neerslag. Deze loopt op tot 100 millimeter per maand. Elders is het droger.

StofstormStofstormen
In het voorjaar als de bevroren ondergrond van West China en Mongolië ontdooit, ontstaan flinke zand- en stofstormen. Over duizenden kilometers afstand vervoert een krachtige wind de zand- en stofdeeltjes. De stofstormen zorgen ervoor dat het zicht daalt tot soms enkele tientallen meters of soms nog minder.

De lucht wordt geel of soms zwart en buiten is het bijzonder onaangenaam. Inwoners van vooral de grote steden lopen deze dagen met mondkapjes op. De stofstormen zijn soms zo krachtig dat ze Korea en Japan bereiken. Jaarlijks heeft China met 13 stofstormen te maken. De stofstormen treden vooral op in maart en april.


Weerlinks:

Het klimaat van Zuid China
Het klimaat van Noord China
Het klimaat van Mongolië
Het klimaat van Pakistan
Het klimaat van Nepal
Het klimaat van India

Foto midden: Anouchka de Beer

06-03-2013 | Klimaat_Azie | 477
© 2020 Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie