Koudegetal (Hellmann)

Inleiding
Je hoort het regelmatig, vooral van oudere mensen: "vroeger waren de winters veel strenger!". Is dat waar, of hebben mensen de neiging die ene strenge winter uit hun jeugd te onthouden en al die zachte winters niet? Om te onderzoeken of winters vroeger daadwerkelijk strenger (of liever "winterser") waren is een objectieve maat nodig. En hier schuilt een probleem, immers, wat maakt een winter "streng" of "winters"? Hoe karakteriseer je een winter?

 

Winterkarakterisering
Generaties (hobby)meteorologen hebben zich met deze vraag bezig gehouden en vele "wintermaten" zijn voorgesteld. Uiteindelijk is een door de Duitser Hellmann voorgestelde maat algemeen in zwang geraakt. Het Hellmann-getal wordt als volgt bepaald:

  • de gemiddelde dagtemperatuur wordt berekend uit 24 uurlijkse waarnemingen en dat gebeurt voor iedere dag in de periode 1 oktober tot en met 31 maart.

  • Indien de gemiddelde dagtemperatuur negatief is (b.v. -4.3) dan is het koudegetal (Hellmann-getal) voor die dag 4.3. Een positieve daggemiddelde temperatuur wordt dus niet meegeteld!

  • Over de periode 1 oktober tot en met 31 maart worden alle koudegetallen bij elkaar opgeteld. Dit is het uiteindelijke koudegetal voor de winter.

Een simpele maat

Belangrijkste kritiek op het koudegetal is dat geen rekening wordt gehouden met de afwijking van de temperatuur ten op zichte van normaal en "winterse" zaken als ijs en sneeuw(bedekking). Het zal duidelijk zijn dat een maat alleen gebaseerd op de temperatuur niet alles zegt over de winter.

 

Koudegetallen tussen 1901 en 2000

Hellmann getallen 1901 - 2000

In bovenstaande figuur zijn de koudegetallen voor De Bilt (1901- 2000) uitgezet.

Het volgende valt op:

  • Er is geen "trend" te ontdekken, behalve voor de strengste winters, strenge winters komen willekeurig over de hele reeks voor.

  • Veel Nederlandse winters verlopen zacht. Het gemiddelde koudegetal bedraagt 78. Het gemiddelde wordt echter sterk "bepaald" door enkele uitschieters naar boven (de strenge winters). Beter is om hier de mediaan te gebruiken; het getal waarbij 50% van de winters een hoger, en 50% van de winters een lager koudegetal heeft. De mediaan bedraagt 53.

Wat is normaal?
Het KNMI gebruikt de volgende koudegetal-klassegrenzen om te bepalen of een winter "streng" of "zeer zacht" was".

 

KoudegetalKlasseFrequentie
>300 Streng Eens per 50 jaar
160 Zeer Koud Eens per 10 jaar
100 Koud Eens per 3 jaar
40-100 Normaal  
20 Zacht Eens per 3 jaar
10 Zeer Zacht Eens per 10 jaar
0 Buitengewoon zacht Eens per 50 jaar

 

VWK's Winterse Ranglijst Applicatie

De VWKwebredactie heeft een applicatie gebouwd waarmee u een lijst kunt genereren van de 5 strengste en 5 zachtste winters uit uw leven. (niet actief op dit moment).

Opmerkingen bij applicatie:

  • Geef uw geboortemaand en jaar op;

  • Winter 1965 is de periode oktober 1964 t/m maart 1965

  • Het koudegetal in de tabel is door het KNMI berekend en is geldig voor De Bilt.

 

12-02-2013 | Achtergrond_A_Z | 278
© 2020 Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie