Sinds 1974
Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie

De laatste weerflitsen

  • 10:02
    Clinge
    9,2°C
    (8/8) Geheel bewolkt
    Windrichting: ZW
    Windkracht: 4 = Matige wind
    Lichte regen
  • 09:01
    IJsselmuiden
    8,1°C
    (8/8) Geheel bewolkt
    Windrichting: ZW
    Windkracht: 3 = Matige wind
    Lichte regen
  • 08:45
    Enschede-W
    8,7°C
    (8/8) Geheel bewolkt
    Windrichting: ZW
    Windkracht: 4 = Matige wind
    Matige regen
  • 06:47
    Sluis
    9,1°C
    (8/8) Geheel bewolkt
    Windrichting: ZW
    Windkracht: 6 = Krachtige wind
Advertenties
Weerspecialist Bakker & Co Het magazine voor weerliefhebbers Weerhuisje

Meteorologica (NL)

Meteorologica is een drie-maandelijks tijdschrift van de NVBM: de Nederlandse Vereniging te Bevordering van de Meteorologie. Het tijdschrift is gratis als je lid bent van de NVBM. In Meteorologica worden artikelen gepubliceerd met een breed scala aan onderwerpen die van algemeen belang zijn voor degenen die in de meteorologie en nauw verwante vakgebieden geïnteresseerd en/of werkzaam zijn. De eerste editie van Meteorologica verscheen in maart 1991.

Meteorologica december 2016

Meteorologica, december 2016

  • Elk weermodel is een vereen-voudiging van de werkelijkheid en atmosfeer-modellen vormen geen uitzondering op deze regel. In dit artikel laten A. Pier Siebesma en W. Kohsiek aan ons zien de conceptuele energiebalans-modellen van de atmosfeer. Ze leggen het allemaal aan je uit (4).
  • Begin juli 2015 werd tijdens een hittegolf de hoogste temperatuur gemeten met 38,2°C in Maastricht. Maar het operationele weermodel van het KNMI, zijnde HARMONIE voorspelde een kwikstand van meer dan 40 graden! Hoe kan dit? Het KNMI en de universiteiten van Utrecht en Amsterdam gingen op onderzoek en het resultaat ervan lees je hier (4).
  • De afname van het zee-ijs op de Noordpool is een van de meest zichtbare gevolgen van klimaatverandering. Maar hoe slecht gaat het nu werkelijk met het Arctische zee-ijs? Hebben we eigenlijk al ijsvrije zomers of nog niet? In dit artikel bespreken we de huidige stand van zaken van dit zee-ijs, met zowel een blik naar het verleden als naar de toekomst (3).
  • Om de risico’s als gevolg van klimaatverandering zo klein mogelijk te houden, is een combinatie van politieke maatregelen, wetenschappelijk onderzoek en maatschappelijke veranderingen nodig. Aldus G. van der Steenhoven, hoofddirecteur van het KNMI (2).
  • Op 13 en 14 september was het gewoon heet in Nederland. Eerdere tropische dagen half september hebben namelijk in De Bilt nog nooit plaatsgevonden, hoewel ze incidenteel wel in het zuiden en oosten voorkomen. We kijken hier naar de oorzaken van deze warme dagen, de kans op dit soort weer en vergelijken het met een soortgelijke situatie in 1919, waarbij het toen zelfs drie dagen achtereen (11-13 september) ook tropisch werd (3).

 

Meteorologica september 2016

Meteorologica, september 2016

  • Menig weerliefhebber kan terugkijken op 22 en 23 juni van dit jaar. Een klassieke ‘Spaanse pluim’ verscheen op de weerkaarten, met als resultaat een onstabiele en dynamische atmosfeer boven onze streken met de kans op goed georganiseerde onweersbuien. De atmosfeer ontplofte. Zwaar onweer zorgde voor wateroverlast, bliksem en grote hagelstenen in de Lage Landen. Samen met M. Baatsen beleven we deze dag opnieuw en zien we hoe het allemaal kon ontstaan (5).
  • Om het effect van ijskappen te bestuderen in het klimaatsysteem is het nuttig om klimaatreconstructies over zeer lange tijdschalen te maken. In dit artikel analyseren we simulaties van de afgelopen 5 miljoen jaar met een gekoppeld ijs- en klimaatmodel. Het doel is de rol van ijskappen in de invloed van CO2-veranderingen op de globale temperatuur te begrijpen (4).
  • We blikken terug op het tropische cyclonen seizoen van 2015-2016 die heel bijzonder was. Zo werden de Cape Verde voor het eerst getroffen en zagen we zowel op de Indische Oceaan als het gehele westelijk halfrond de zwaarste cyclonen uit de geschiedenis verschijnen. Daarbij zou hurricane Patricia wel eens de zwaarste tropische cycloon wereldwijd kunnen zijn geweest (3).
  • Met de introductie van numerieke atmosfeermodellen in de laatste decades van de vorige eeuw en het beschikbaar komen van satellietdata, is onze kennis en het begrip van het gedrag van de atmosfeer met sprongen toegenomen. Maar worden de weersverwachtingen nu ook steeds beter? Onze eigen S. Kruizinga ging op onderzoek (4).
  • Op 23 juni 2016 was het 50-jarig bestaan van het Instituut voor Marien en Atmosferisch onderzoek Utrecht (IMAU). En wij waren erbij (1).

 

 
Meteorologica juni 2016

Meteorologica, juni 2016

  • Het KNMI heeft recentelijk de temperatuurreeksen van de vijf hoofdstations op dagbasis gecorrigeerd voor de belangrijkste inhomogeniteiten. Nu geven ze een goed beeld van klimaatverandering in ruimte en tijd. Het heeft er wel voor gezorgd voor een aanpassing van het aantal hittegolven vóór 1950 en een herschikking van records. T. Brandsma van het KNMI legt het aan ons uit en laat de gevolgen zien (5).
  • Een teleconnectie is een verband op (zeer) grote afstand in de atmosfeer en bestaat al twee eeuwen. In dit artikel gaan we het hebben over teleconnecties op het noordelijk halfrond. Je krijgt een uitleg van wat het precies is en waarvoor het allemaal gebruikt wordt (5).
  • Een jaar geleden lanceerde het KNMI het initiatief WOW-NL bestaande uit weeramateurs. Nu bestaat het netwerk uit 300 meetpunten van enthousiaste weeramateurs en scholen in Nederland die bij elkaar 7 miljoen waarnemingen hebben geleverd. In dit artikel blikken we terug en zetten we de belangrijkste resultaten van het eerste jaar WOW-NL op een rij (5).
  • Het broeikaseffect. Het doen van nauwkeurige metingen van de inkomende infrarode (of langgolvige) straling aan het oppervlak, is de belangrijkste variabel van het broeikaseffect. Een toename van broeikassen betekent een stijging van de infrarode straling, waardoor het warmer wordt. Als voorbeeld laten we hier de klimatologie van deze variabele van Wageningen zien (3).
  • In herinnering: Wouter Lablans. Op 22 april jl. is Wouter Lablans op 84-jarige leeftijd overleden. Hij was lange tijd verbonden aan het KNMI en actief gebleven met het vakgebied door de historische ontwikkeling van concepten binnen de meteorologie en de rol van de Nederlanders daarin te beschrijven; door G. v.d.  Schrier (3).
  • In herinnering: Kees Stigter. Op 19 mei overleed op de leeftijd van 79 jaar Kees Stigter. Hij was tussen 2009 en 2014 columnist en auteur van diverse artikelen in Meteorologica (2).
  • Op 1 december 2015 kwam na hevige regen de hoofdstad van de Indiase deelstaat Tamil Nadu onder water te staan. Deze stad Chennai, vroeger bekend als Madras, had een schade van 3 miljard US dollar. Maar wat was nu precies de oorzaak van al die nattigheid? Samen met het KNMI, de Universiteit van Oxford en de Indian Institute of Technology in Delhi zochten we het voor je uit (3).

 

Meteorologica maart 2016

Meteorologica, maart 2016

  • Het chaotisch gedrag van de atmosfeer heeft ertoe geleid dat er lange tijd weinig hoop bestond dat er ooit goede meerdaagse weersverwachtingen zouden kunnen worden opgesteld. Toch zijn er spectaculaire verbeteringen van de meerdaagse verwachting gerealiseerd. Hieraan heeft de ECMWF een grote bijdrage geleverd aan deze zogenaamde stille revolutie in de meteorologie. Kijk maar (4).
  • C. Schuurmans en H. van den Dool bespeurden een mogelijk begin van een systematische verandering in de jaarlijkse gang van het klimaat in de zomer. Opvallend is dat de klimaatverandering in de maand juni tot nu toe opvallend verschilt van die in de andere zomermaanden (4).
  • Van 2007 tot en met 2010 ondervond Nederland de grootste Q-koortsepidemie ooit beschreven. In totaal zijn meer dan 4.000 mensen geregistreerd, maar waarschijnlijk zijn zelfs meer dan twaalf keer zo veel mensen besmet doordat ze de bacterie Coxiella burnetii ingeademd hebben. In dit artikel wordt nagegaan of het weer een rol heeft gespeeld tijdens deze epidemie en of een model kan helpen om de risico’s voor de volksgezondheid sneller in kaart te brengen; door J. van Leuken (5).
  • IJsgroeimodellen geven een indicatie van regionale verschillen in de ijsvorming, waarbij het Fresh water Lake model (FLake) het beter doet dan het operationele ijsgroeimodel  van het KNMI wat betreft de timing van dichtvriezen. Onderzoekers C. de Bruin en F. Bosveld van het KNMI verklaren nader (3).
  • Wegbeheerders krijgen tijdens het winterseizoen regelmatig te maken met allerlei vragen rondom gladheid. MeteoGroup maakt al jaren gladheidsverwachtingen en heeft daarvoor verschillende rekenmodellen ontwikkeld. Nu is het zelfs mogelijk om door middel van nieuwe meettechnieken, hoge-resolutie weersverwachting en snellere computers een gladheidsverwachting te maken in een strooiroute voor elke willekeurige weg. Je ziet het hier (3).
  • Boekbespreking: “Door de kou bevangen – Vijftig jaar Nederlands onderzoek in de poolgebieden”; 240 pag.; ISBN 978-90-90-818264-2-6. Een prachtig boek over de rijke historie van Nederland op het gebied van polair onderzoek in brede zin. Op een aantal vroege Antarctische expedities, met name de gezamenlijke Belgisch-Nederlandse expedities naar de Koning Boudewijn Basis (1963-1967) speelden onderzoekers van het KNMI een belangrijke rol (2).
  • December 2015 was een bijzondere maand. Niet alleen bij ons maar over de hele wereld. Een sterke El Niño zorgde hiervoor. Met als gevolg: wereldwijd recordhoge temperaturen, overstromingen in India, Paraguay, het midwesten van de Verenigde Staten en Noord-Engeland, droogte in het Middellandse Zeegebied en Zuid-Afrika en tenslotte een extreem zachte decembermaand in zowel Europa als in het oosten van Noord-Amerika. Samen met het KNMI en de Universiteit van Oxford hebben we de hele maand nogmaals doorlopen (3).
  • Op 20 november jl. vond het jaarlijkse NVBM najaarssymposium plaats met als thema ‘Space Weather’. J. Ettema en G. Steenveld waren er bij en maakten voor ons het volgende verslag (2).

 

Meteorologica december 2015

Meteorologica, december 2015

  • De warmte- en kouderecords van respectievelijk Warnsveld en Winterswijk, beide gevestigd tijdens de Tweede Wereldoorlog, houden de gemoederen van de meteorologen en klimatologen in Nederland al heel lang bezig. Vooral omdat het warmterecord nog steeds niet is verbroken, terwijl het alsmaar warmer wordt. Tijd om na te gaan hoe nauwkeurig deze stokoude records eigenlijk zijn? En, moeten we ze wellicht aanpassen om ze beter te laten aansluiten bij de huidige standaarden, zoals in België is gedaan? T. Brandsma en R. Sluijter laten in dit artikel hun licht over deze prangende vragen verschijnen (5).
  • Nederland is een waterrijk land met vele meren, kanalen en rivieren. Om dat goed te kunnen beheren speelt de watertemperatuur daarbij een belangrijke rol. Maar deze temperatuur wordt niet algemeen gemeten. Tijd voor een model voor de temperatuur en de verdamping van een waterbekken (4).
  • Het KNMI heeft in de afgelopen vijf jaar veel ervaring opgedaan met de waarschuwingssystematiek zoals die sinds 2010 gebruikt wordt. In oktober 2015 is een nieuwe systematiek in gebruik genomen dat nu met kleuren werkt: van groen naar rood (3).
  • In Nederland wordt wel eens gezegd dat het zogenaamd stadseffect bij zou dragen aan de maximale hoeveelheid neerslag. Als voorbeeld nemen we Rotterdam. En dat is ook zo. Maar de vraag is dan: regent het nu meer in de Randstad dan elders (4)?
  • Sinds 1997 is de Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg operationeel. Hiermee blijft de haven Rotterdam toegankelijk voor de scheepvaart bij een waterstand van 3 meter boven NAP. Maar kan deze kering ook een zogenaamde tweelingstorm aan? H. van den Brink en S. de Goederen gingen samen naar Rotterdam om het eens van dichtbij te bekijken (3).
  • Het sterkste effect van El Niño is een drogere periode in Zuidoost-Azië dan normaal. Begin november begon de moesson, en momenteel zijn de sterkste effecten vooral ten noorden van de evenaar merkbaar. Meestal heeft El Niño geen invloed op de hoeveelheid neerslag in de regentijd ten zuiden van de evenaar, of verhoogt die zelfs iets. Tijdens de vorige sterke El Niño van 1997/1998 liet de regentijd het echter afweten Wat het dus voor de komende maanden wordt is nogal onzeker (2).

 

Meteorologica september 2015

Meteorologica, september 2015

  • Zonsverduisteringen laten hun sporen achter op satellietbeelden in het zichtbaar licht. Maar hoe zit dat eigenlijk bij maansverduisteringen? Kunnen we die ook via satellieten waarnemen? De antwoorden lees je in dit artikel (3).
  • Tijdens de zonsverduistering van 20 maart jl. zijn in het Duitse Lindenberg zogenaamde micrometeorologische waarnemingen verricht. Wat dat allemaal is laat H. de Bruin zien (4).
  • Het ziet er naar uit dat eind 2015 een sterke El Niño aankomt. Rond diezelfde tijd verwachten we ook de grootste invloed op het weer wereldwijd. Hier lees je de achtergrond, de observaties tot nu toe, de verwachtingen, het weer in een El Niño winter en wat het voor Nederland gaat betekenen (6).
  • Op 25 juli 2015 kreeg Nederland te maken met de zwaarste julistorm ooit waargenomen. Samen met Y. de Wijs gaan we terug naar die dag (2).
  • Deze zomer kende hitte op verschillende momenten. Zoals de hittegolf van 30 juni t/m 5 juli in ons land. Maar ook in Zwitserland en Duitsland werden deze geregistreerd, soms wel eens meerdere keren. Op 5 juli werd zelfs het Duitse temperatuurrecord gebroken: in Kitzingen werd het 40,3°C. De vraag is of dit nog steeds uitzonderlijk is of dat dit door de opwarming ondertussen heel normaal geworden is. Wij gingen het voor je na (3).

 

Meteorologica juni 2015

Meteorologica, juni 2015

  • We beginnen met het beschrijven van een bijzonder atmosferisch verschijnsel dat direct samenhangt met zonlicht, namelijk het atmosferische getij (AG). H. van den Dool en H. de Bruin leggen het aan ons uit (4).
  • Het WMO concludeert dat Suriname zich moet wapenen tegen de huidige klimaatverandering en toekomstige zeespiegelstijging. Anders komt de Surinaamse kust geheel onder water te staan. Je ziet het hier (3).
  • Wat gebeurt er als helikopters getroffen worden door bliksem en kun je dit voorkomen? Op 27 december 2014 gebeurde dit bij Schotland en de meest beruchte was die van 19 januari 1995. Beide helikopters moesten hun vlucht afbreken en de laatste stortte zelfs in zee. K. Floor stapte in een helikopter en zocht het voor ons bliksemsnel uit (4).
  • Dit artikel betreft een literatuurstudie over de zogenaamde ‘lichtmolen van Crookes’. Dat is een speelgoedje en te koop in de betere giftshops. En je kunt er interessante meteorologische toepassingen mee uitvoeren. Speel je met ons mee (3)?
  • Dit jaar vieren we dat Cabauw met zijn meetstation al tien jaar deelneemt aan het internationale Baseline Surface Radiation Network (BSRN). Doel is om stralingsmetingen uit te voeren ten behoeve van klimaatonderzoek. De resultaten kun je hier bekijken (4).

 

Meteorologica maart 2015

Meteorologica, maart 2015

  • 2015 is door de VN uitgeroepen tot het Internationale Jaar van het Licht. De Nederlandse Natuurkundige Vereniging (NNV) springt daarop in en zorgt voor allerlei activiteiten. Ook binnen het vakgebied van de (micro)meteorologie. Dit artikel laat een nieuwe toepassing zien van laserlicht voor het bepalen van verticale turbulente fluxen van waterdamp en koolstofdioxide op tijdschalen van 1 minuut. Hoe dat in zijn werk gaat lees je hier (4).
  • De laatste jaren werd er veel gepubliceerd over het klimaat en klimaatverandering in De Bilt, regionaal in West-Europa en de Atlantische Oceaan. Maar echt mondiaal hebben we dat nog niet gedaan. Dus is het nu de hoogste tijd. Conclusie: overal in de wereld wordt het warmer (3)!
  • In november 2014 ontwikkelde zich boven de Middellandse zee een depressie met de kenmerken van een tropische cycloon. Dit noemen we een medicane. Hoe vaak komen ze voor? En verandert de frequentie van optreden in een opwarmend klimaat? De antwoorden worden je gegeven door onze eigen K. Floor (4).
  • Klimaatoverzicht: midden januari werden Malawi en Mozambique getroffen door hevige regenval met grote gevolgen. De vraag die bij zulke rampen gesteld wordt is steeds: hoe zeldzaam is deze regenval en wordt dit (mede) veroorzaakt door klimaatverandering? Het KNMI en het Internationale Rode Kruis Klimaatcentrum zijn nu bezig een systeem op te zetten om antwoorden te geven op deze vragen (3).
  • H. van den Dool neemt ons mee in de invoering van de millibar waar in 1933 veel strijd over was (2).

 

Meteorologica december 2014

Meteorologica, december 2014

  • De winter van 2012-2013 was een normale winter en de winter van 2013-2014 in de meetreeks een heel bijzondere. In dit artikel beschrijven we de cijfers achter de laatste winter en het grootschalige atmosferisch patroon dat zich standvastig manifesteerde. Is dit wellicht gerelateerd aan de opwarming van de aarde? Was de laatste winter een voorbode voor wat komen gaat of toch gewoon toeval? Je vindt hier alle antwoorden op die vragen (4).
  • Het belang van directe metingen van langgolvige straling aan de grond is groot. Hier gaan we in op etmaalgemiddelden die onder meer worden gebruikt voor het schatten van de (referentiegewas) verdamping uit standaard meteorologische waarnemingen. Dan gaat het alleen om goed van water voorzien gras (3).
  • Het weekeinde van 8-9 maart 2014 was zeer warm met in het zuiden en oosten van het land temperaturen van minstens 20 graden. In De Bilt werd het op 9 maart niet eerder zo vroeg in het jaar zo zacht. Maar opvallend genoeg werden deze hoge kwikstanden totaal niet voorspeld, maar zelfs 3 tot 5 graden lager. Hoe kon het dan toch zo warm worden? We leggen het aan je uit (4).
  • De scheepvaart laat op satellietbeelden soms sporen achter die de aanwezigheid van schepen verraden. Zo zien we soms wolkenpluimen in stratocumulus boven zeeën en oceanen (3).
  • Op het jaarlijkse Buys Ballot najaarssymposium presenteren promovendi hun resultaten op het gebied van atmosfeerwetenschappen. Hier laten we vier promovendi aan het woord met hun onderzoeken (23).
  • Tegenwoordig horen we steeds meer de opmerking ‘De laatste jaren warmt de aarde niet meer op’. Is dat inderdaad zo, en is de conclusie dan ook dat de verdere opwarming overschat wordt door de diverse klimaatmodellen waarop het IPCC en KNMI hun toekomstverkenningen baseren? G. van Oldenborgh zocht het voor ons uit (2).
  • Op 14 november 2014 vond het NVBM najaarssymposium plaats met als onderwerp ‘Klimaatkennis anno nu – focus op de Artic’. Wij maakten een verslag ter plaatse (2).

 

Meteorologica september 2014

Meteorologica, september 2014

  • Windenergie wordt steeds meer een belangrijke energiebron. Maar om op de juiste plaats de windturbines te plaatsen en om de windbelasting waaraan een turbine wordt blootgesteld beter te begrijpen is enige kennis van meteorologie noodzakelijk. Zo moet je weten wat de windsnelheden zijn in een grenslaag en hoe je die kunt meten. In dit artikel beschrijven we enkele ontwikkelingen op dit gebied (3).
  • Wist je dat in één van de panden aan de Dorpsstraat in De Bilt meteorologische geschiedenis is geschreven? Lees het geheim (4).
  • Met extremenstatistiek analyseert het KNMI hoe extreem de hele winter en koudste dagen van de afgelopen winters waren in een opwarmend klimaat als indicator van de strengheid van de winter. Het blijkt dat koude extremen meer voorkomen dan zachte extremen. Hoe dat kan laat G-J. van Oldenborgh zien. Dus doe je jas maar aan in dit winterse artikel met koude extremen in Nederland in de afgelopen winters (3).
  • De beschikbaarheid van luchttemperatuurmetingen in steden is vaak beperkt. Maar ze zijn onmisbaar voor het bestuderen van het stedelijk warmte-eiland en welke gevolgen hoge temperaturen hebben op de gezondheid. Daarom hebben we er iets op bedacht: smartphones. Dit is toegepast in de warme zomer van 2013 in Amsterdam en Rotterdam. Hoe het allemaal werkt wordt je in dit artikel uitgelegd (3).
  • Over de zeer zware storm van 28 oktober 2013, wordt de vraag gesteld hoe de wind zich in die situatie verhoudt tot het drukveld. We leggen het aan je uit (5).
  • Op 28 juli 2014 viel in Nederland uitzonderlijk zware buien met wateroverlast tot gevolg. Op enkele plaatsen viel 125 tot 140 mm in twee dagen tijd. Hoe zeldzaam zijn zulke buien nog en is er een kans dat dit soort gebeurtenissen toenemen als gevolg van de opwarming van de aarde? In deze eerste analyse van de waarnemingen proberen we de antwoorden voor je te vinden (2).

 

Meteorologica juni 2014

Meteorologica, juni 2014

  • In de jaren ’80 van de vorige eeuw  bleek dat vliegtuigen niet alleen bewolking kunnen veroorzaken (vliegtuigstrepen), maar ook wolken kunnen laten verdwijnen. Soms ontstaat er namelijk een gat in de bewolking. Nu zijn deze zogenaamde vliegtuiggaten te zien via de satelliet MODIS (4).
  • Het KNMI heeft onlangs vier nieuwe klimaatscenario’s gepresenteerd. Ze wijken op onderdelen af van de vorige generatie scenario’s uit 2006, omdat inzichten zich verder hebben ontwikkeld. Je leest het hier (2).
  • Na kooldioxide is methaan het belangrijkste door mensen geproduceerde broeikasgas. In het jaar 2000 stagneerde de groei ervan wereldwijd. In 2007 begonnen de concentraties methaan weer te stijgen. Het hoe en waarom van deze tijdelijke onderbreking in de groei van methaan houdt wetenschappers sindsdien druk bezig (3).
  • Elektromagnetische straling die het aardoppervlak bereikt kan gezien worden als de motor van veel micrometeorologische verschijnselen vlakbij de grond. Zo vond er op 7 april 2003 een bijzonder weerverschijnsel plaats wat hier mee te maken heeft; door H. de Bruin en H. vd Dool (4).
  • De Nederlandse Poolexpeditie van 1882-1883. Na een onderzoek van ruim acht jaar is er nu een boek over deze expeditie verschenen (2).
  • De media publiceert dat er dit jaar weer een El Niño komt. Deze verwachtingen worden net als weersverwachtingen gemaakt op basis van (multi)model ensembles, die beoordeeld worden aan de hand van de waarnemingen en de achterliggende theorie. Hier lees je of een El Niño er aan komt of niet (2).
  • Het klimatologisch overzicht van de winter 2013-2014 in Nederland. Een winter die er nooit is geweest. De winters van 1989, 1990, 2000 en 2007 waren niets, maar deze winter is nog extremer en gaat de weerboeken in als de horrorwinter voor schaatsliefhebbers (2).
  • Bekijk en/of download deze versie van deze Meteorologica

 

Meteorologica maart 2014   Meteorologica, maart 2014
  • Het KNMI heeft recent de kwaliteit van de temperatuurreeksen van vijf waarnemingsstations verbeterd. Tot en met 1970 was namelijk niet duidelijk welke procedures en databronnen gebruikt waren voor het bepalen van daggemiddelde en de minimum- en maximumtemperatuur. Dit artikel beschrijft de achtergrond van de standaardisatie en de gevolgen daarvoor voor de reeksen (4).
  • Wist je dat verschijnselen die zich bij zonsopkomst en zonsondergang voordoen indrukwekkender kunnen zijn dan een zonsverduistering? De foto’s laten het zien (3).
  • Soms doet zich in de nacht een spectaculair verschijnsel voor. De temperatuur stijgt zeer sterk en het dauwpunt daalt heel sterk, er kunnen flinke windstoten bij voorkomen maar de schade is licht. Na afloop is het alsof er niets is gebeurd. We hebben het over de ‘heat burst’. H. van den Dool en H. de Bruin leggen het uit (4).
  • In 1987 was Henk de Bruin betrokken bij het invoeren van de referentiegewasverdamping in Nederland in nauw overleg met de Nederlandse hydrologen. Hier laten we verschillende methoden zien en toepassingen van de Europese weersatelliet MSG (5).
  • We eindigen met het overzicht van de herfst van 2013 in Nederland (2).
  • Bekijk en/of download de volledige versie van deze Meteorologica

 

Meteorologica december 2013 

Meteorologica, december 2013 

  • Nederland werd in de afgelopen herfst binnen een week getroffen door een zware storm en enkele uitzonderlijke windhozen. Tijd om nog meer aandacht te besteden aan het Hollandse weer en dan vooral in hoeverre storm en windhozen waren aangekondigd dan aangekondigd hadden kunnen worden. Dus hou je goed vast, want we gaan terug naar de dag van 28 oktober en 3 november toen het zich allemaal afspeelden (5).
  • De MODIS levert via satellieten doorgaans schitterende beelden in natuurlijke kleuren op in één beeld. De composietbeelden vertonen in de buurt van de evenaar echter lelijke gaten. Maar geen nood. Er is nu de opvolger VIIRS die wel composietbeelden kan verstrekken zonder gaten in één beeld. Kijk maar eens hoe dat eruit ziet (4).
  • In de periode eind mei / begin juni 2013 was er sprake van extreme neerslag in het midden van Europa. Dit artikel beschrijft wat er gebeurde. Daarbij worden de waargenomen neerslaghoeveelheden in de historische context geplaatst en wordt er speciale aandacht geschonken aan de lange termijn trends in extreme neerslag in de stroomgebieden van de Elbe en de Donau (4).
  • Het verschijnsel haarijs werd in 1915 ontdekt. In 2008 onderzochten onderzoekers dat haarijs ontstaat door schimmels. Maar wat is haarijs nu eigenlijk? H. de Bruin en H. van de Dool zochten het voor ons uit (3).
  • We eindigen met de klimatologische gegevens van de zomer van 2013 die vooral mooi was zonder klagen (2).
  • Bekijk en/of download de volledige versie van deze Meteorologica

 

Meteorologica september 2013

 Meteorologica, september 2013

  • We beginnen met S. Kruizinga die al geruime tijd de verwachtingen van de verschillende weerbureaus bijhoudt en kijkt hoe goed die verwachtingen zijn. Ook gaat hij na of die verwachtingen beter zijn geworden in de loop van de tijd. Het antwoord kun je vinden in dit artikel van de verificatie van de verwachtingen voor minimum- en maximumtemperatuur in De Bilt (5).
  • Het dag/nachtkanaal van het VIIRS-instrument op de satelliet Suamo NPP gunt ons een kijkje op de aarde in het donker. Zwakke lichtbronnen, zoals de verlichting van steden, natuurbranden, bliksemflitsen en poollicht, vormen voor de VIIRS geen enkel probleem. Kijk maar eens (3).
  • In de periode 1951-2009 is de gemiddelde jaarlijkse neerslag in Nederland met ruim 15% toegenomen. De grootste veranderingen vonden plaats in de winter en vroege lente. Daarnaast is de toename langs de westkust twee keer zo hoog als die in het zuidoosten van het land. Dit werpt vragen op over de toekomstige veranderingen en de ruimtelijke verdeling hierin. De Universiteit van Wageningen en het KNMI zochten het voor ons uit (3).
  • Alle meteorologen maken bij hun opleiding kennis met Tor Bergeron die zich als lid van de Noorse School bezig hield met de introductie van de luchtsoorten en de fronten in de synoptische meteorologie. Belangrijk hierbij is dat het bij toeval is ontdekt. Kortom, wat is de rol van het toeval in een meteorologisch onderzoek (4)?
  • Vraagje: zal de luchtdruk toenemen in een warmer wordend klimaat? Het antwoord vind je hier waarbij H. van den Dool en H. de Bruin ingaan op de totale massa van de atmosfeer, vochtigheid en temperatuur (5).
  • Deze zomer was het weer zover dat discussies ontstonden of en wanneer er diverse records voor wat betreft maximumtemperatuur zou worden gebroken. Meteo Consult en KNMI sloegen de handen ineen en gingen na of er inderdaad sprake is van hoge maxima en hoe dat kan (3).
  • De laatste tientallen jaren stijgt de gemiddelde temperatuur van de lente. Gemiddelden onder de 8 graden leken dan ook onmogelijk voor te komen, want dat was sinds 1984 niet meer gebeurt. Maar toen kwam de lente van 2013 met een gemiddelde van 7,4 graden; de koudste lente zelfs sinds 1970 in De Bilt. We lopen het seizoen nog maar eens door (2).
  • Bekijk en/of download de volledige versie van deze Meteorologica

 

Meteorologica juni 2013

 

 

 

 

 Meteorologica, juni 2013 

  • Maart 2013 was een heel bijzondere maand in Europa. In het noorden van Europa was het ijskoud. In Lissabon en Madrid viel drie tot vier keer de hoeveelheid neerslag en in grote delen van Noord-Frankrijk en België viel halverwege de maand een dik pak sneeuw. In dit artikel onderzoekt A. van Delden de vrij uitzonderlijke en standvastige grootschalige luchtdrukverdeling in deze maand, die het extreme weer allemaal heeft veroorzaakt (3).
  • Het KNMI meldt dat maart 2013 de koudste maartmaand was in 25 jaar en in België meldde het KMI een zéér uitzonderlijke maart die slechts eens in de honderd jaar optreedt. Het gevolg is o.a. te zien via satellietbeelden. Zo zien we veel meer blauw (van de kou), maar heel weinig groen in de zogenaamde vegetatie-index. Kijk maar eens (2).
  • Winters worden aangeduid met typen. Zo kennen we de ‘Groenlandwinter’ en de ‘Russische winter’. En soms wil het helemaal niet ‘winteren’. Allemaal aanduidingen die aangeven hoe de winter is verlopen. In dit artikel wordt de samenhang onderzocht tussen de atmosferische circulatie (GWL), de luchtsoort, de vorstindex en de frequentie van de sneeuwval per GWL in de maanden november tot en met maart in de Lage Landen voor de periode 1201-heden. Je zou er de rillingen van krijgen (5).
  • Er zijn veel constanten in de natuurkunde waarvan de waarde pas na veel meetcampagnes nauwkeurig bekend is geworden. Maar de variërende zonneconstante is het moeilijkst, want zowel de definitie, meting als betekenis ervan zijn niet helemaal duidelijk (2).
  • De wateroverlast van september en oktober 1998 lieten zien dat regionale watersystemen kwetsbaar zijn voor overvloedige regenval. Het gevolg is dat voortaan de regionale waterhuishouding getoetst moet worden op wateroverlast. Dit resulteerde o.a. in een database die de neerslag- en verdampingsgegevens actualiseert. Ook wel Meteobase geheten. Hier zetten we uiteen welke gegevens via Meteobase beschikbaar worden gesteld en hoe ze tot stand zijn gekomen. Ook geven we aan wat het toepassingsbereik is (4).
  • Dit jaar vieren we dat op 30 november 1813 Willem I op het strand van Scheveningen landde om kort daarna koning te worden. Maar wat voor weer was het eigenlijk op die dag? Scheveningen zien we ook in de weerboeken verschijnen tijdens de storm van 1894 die bijna de gehele vissersvloot vernietigde. H. de Bruin en H. van den Dool nemen je mee naar het strand van Scheveningen en gingen na wat er zowel in 1813 als in 1894 precies gebeurde (5).
  • Windwaarnemingen uit ballonvaarten. Zij zijn namelijk de nieuwe bron van windinformatie op enige hoogte boven het aardoppervlak. De uit de ballonverplaatsing afgeleide gegevens kunnen gebruikt worden voor data assimilatie en modelvalidatie. We gingen mee met drie ballonvaarten waarin we op basis van geregistreerde GPS-posities achteraf windsnelheden en windrichtingen berekenden (4).
  • Alle klimatologische gegevens van de winter 2013-2013. Voor de vijfde keer op rij was er sprake van winterweer en de laatste kreeg zelfs de vermelding ‘vrij koud’ (2).
  • Bekijk en/of download de volledige versie van deze Meteorologica

 

Meteorologica maart 2013

Meteorologica, maart 2013 

  • Het weerstation Cabauw op 200 meter hoogte bestaat 40 jaar. In dit artikel wordt teruggekeken op de technologische ontwikkelingen en thema’s rond Cabauw sinds de eerste metingen, gehouden op 26 oktober 1972 (5).
  • Meer dan ooit wordt door het Belgische KMI ingezet op het voorspellen van en vooral waarschuwen voor onweersbuien voor het grote publiek en voor organisatoren van buitenactiviteiten, zoals muziekfestivals. Niet alleen worden waarschuwingen uitgestuurd, ook worden tegenwoordig tijdens het onweer zogenaamde nowcastwarnings opgesteld op uurlijkse basis. Daarbij speelt het inschatten van de kans op overlast door het onweer steeds meer een essentiële rol in de strategie (6).
  • In de lente en in de eerste helft van de zomer ontstaat op zee soms mist dat onder bepaalde omstandigheden snel vanuit zee een stukje het zonovergoten land binnen kan trekken. Dit noemen we een zeevlam. Hoe deze ontstaat laat onze eigen K. Floor aan ons zien (3).
  • Het smeltseizoen in Groenland is in de voorgaande jaren een stuk warmer en langer geworden, met als gevolg dat in dat jaar een record aan massaverlies van de ijskap is opgetreden. Welke processen hieraan ten grondslag hebben gelegen en of we dit de komende jaren nog meer kunnen verwachten vertelt ons J. van Angelen van het instituut IMAU (4).
  • Iedereen weet dat de zomers warmer zijn dan de winter. Dit noemen we in de weerkunde de ‘jaarlijkse gang’. Hierbij hebben we ons de vraag gesteld of wij deze twee jaarlijkse gangen kunnen meten uit berekeningen van de temperatuur op aarde. Het antwoord wordt je gegeven door H. van de Dool waarbij hij zich liet leiden door wat we allemaal weten over zonnestraling (4).
  • Kansverwachtingen in de meteorologie en de pogingen om deze te promoten gaan terug tot de zestiger jaren van de vorige eeuw. Maar willen mensen eigenlijk wel zulke verwachtingen? R. Mureau ging voor ons op onderzoek (3).
  • Bekijk en/of download de volledige versie van deze Meteorologica

 

Meteorologica december 2012

 Meteorologica, december 2012 

  • We beginnen met deel 2 van de veldtocht van Napoleon Bonaparte in Rusland (1812-1813) die leidde tot een nederlaag wat aan het winterweer zou hebben gelegen. In dit artikel brengen we het verloop van de complete veldtocht met het weersverloop in verband en dan blijkt dat dit een mythe is, de werkelijkheid is namelijk anders. Kijk maar (4).
  • Een aantal jaren geleden spraken we over satellietfoto’s. Nu spreken we over satellietbeelden. Het verschil laat K. Floor aan ons zien (4).
  • Onderzoek van snelheidsmetingen van het ijs, smeltwaterproductie en waterdruk laat zien dat de Groenlandse ijskap zich in grote lijnen gedraagt als een valleigletsjer. Kortom, het ijs beweegt (4).
  • De kalender, het jaar, de klimatologie en langetermijn-verwachtingen. Allemaal hebben ze verschillende periodes, waardoor er geen overeenstemming is. Vandaag deel 2: hier laten we zien dat de zonnestraling aan de top van de atmosfeer de drijvende kracht is voor de jaarlijkse gang van de temperatuurreeks. Onderzoekers onderzochten dit verband boven de oceanen en boven land (3).
  • Dit artikel richt zich op een aspect van het stadsklimaat: het warmte-eilandeffect. We kijken welke maatregelen genomen kunnen worden om dit tegen te gaan, zoals vegetatie en waterpartijen (3).
  • De zomer van 2012 in Nederland die zeer nat verliep bij een normale temperatuur en zonneschijn (2).
  • Bekijk en/of download de volledige versie van deze Meteorologica

 

Meteorologica september 2012

Meteorologica, september 2012 

  • De veldtocht van Napoleon Bonaparte in Rusland (1812-1813) leidde tot een nederlaag en dat zou aan het winterweer gelegen hebben. In dit artikel brengen we het verloop van de complete veldtocht met het weersverloop in verband en dan blijkt dat dit een mythe is, de werkelijkheid is namelijk anders. Kijk maar (4).
  • Wat is nu de warmste plek op aarde? Is het Death Valley waar in juli 1913 een temperatuur werd gemeten van 56,7 graden. Of is het de 58,0 graden waargenomen op 13 september 1922 in Libië? K. Floor zocht het voor ons uit (3).
  • A. van Delden onderzocht de relatie tussen neerslag in Nederland en veranderingen in temperatuur, in atmosfeer- en in oceaancirculatie op regionale en mondiale schaal. En wat blijkt: de relatief grote neerslagveranderingen van de afgelopen 150 jaar laten zich maar moeilijk laten verklaren. Dus of de neerslagtoename ligt aan een warme zee en een toenemende westenwind ligt is maar de vraag (4).
  • We maken weersverwachtingen en klimaatscenario’s, maar we maken nog geen klimaatverwachtingen. Eén van de verschillen daartussen is dat we nog niet weten hoe betrouwbaar de klimaatmodellen zijn (4).
  • De kalender, het jaar, de klimatologie en langetermijn-verwachtingen. Allemaal hebben ze verschillende periodes, waardoor er geen overeenstemming is. Vandaag deel 1: hier laten we zien als het kalenderjaar niet overeenstemt met de fysische jaarlijkse gang (5).
  • Tenslotte het seizoensoverzicht van de lente 2012 in Nederland (2).
  • Bekijk en/of download de volledige versie van deze Meteorologica

 

Meteorologica juni 2012

Meteorologica, juni 2012 

  • Sinds enige jaren wordt het onderwerp geo-engineering (GE) steeds meer besproken in de vakwereld van de meteorologie en in het openbare leven. Wat dit precies is kun je hier lezen. Je kunt dan zelf de conclusie trekken: effectieve klimaatbescherming of is het toch grootheidswaanzin (4).
  • Kaapverdië krijgt geregeld te maken met stofstormen die op satellietbeelden in natuurlijke kleuren over de eilandengroep een grauwsluier lijken te leggen. Soms kun je ook wervelstraten aantreffen. De hier getoonde wervels manifesteren zich zowel in bewolking als in stof en dat is bijzonder (2).
  • Temperatuurmetingen nabij stedelijke gebieden kunnen beïnvloed worden door stadsuitbreiding en warmte-advectie vanuit de stad. Dit kan gevolgen hebben voor de metingen in De Bilt als de stad Utrecht zich de komende jaren gaat uitbreiden. Kijk maar (5).
  • In 2010 werd er gepubliceerd over een lichte afkoeling van de aarde in 2008 en 2009 met daarbij een aantal oorzaken. We zijn nu twee jaar verder. Hoe staan we er nu voor? Is ons inzicht toegenomen? Zijn er verrassingen bijgekomen? Je leest het hier allemaal in dit artikel (2).
  • We eindigen met de klimatologie van de winter 2011-2012. Het was een seizoen met uitersten. In feite een zachte winter met een extreem koude periode van twee weken. In geen honderd jaar kwam zo’n zachte winter zo dichtbij een Elfstedentocht (2).
  • Bekijk en/of download de volledige versie van deze Meteorologica

 

Meteorologica maart 2012

Meteorologica, maart 2012  

  • De koudegolf van begin februari heeft veel stof doen opwaaien. Tot teleurstelling van velen zat een nieuwe Elfstedentocht er niet in. Hoe kon dit gebeuren? Was het de sneeuw, zon, wind of wellicht de milde maanden van december en januari? Het KNMI ging op onderzoek en kwamen met het volgende verslag (4).
  • Op 29 januari jl. sprak Wilco Hazeleger zijn intreerede uit als bijzonder hoogleraar Klimaatdynamica aan de Wageningse Universiteit. Het kreeg als titel mee ‘Verhalen van Weer in de Toekomst’. Hier volgt een samenvatting (5).
  • In de afgelopen tientallen jaren is de verstedelijking in Nederland sterk toegenomen en 90% van de bevolking woont nu in stedelijke gebieden. Dit veroorzaakt een eigen stadsklimaat. Kortom, het warmte-eiland effect en thermisch comfort in Nederlandse steden (6).
  • In een grenslaag, het deel van de atmosfeer dat direct grenst aan het aardoppervlak, is turbulentie een van de belangrijkste processen. In dit artikel richten we ons op de onstabiele wolkenloze grenslaag boven homogeen en hetrogeen terrein. Je ziet het hier (4).
  • Bij de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden zijn land en water innig met elkaar verbonden. Satellietbeelden laten zien dat dit zijn weerslag heeft op de bewolkingspatronen die er in die regio allemaal optreden (1).
  • Het seizoensoverzicht van de herfst van 2011 met een hoge temperaturen begin oktober en een recorddroge novembermaand, die bovendien nog nooit zo mistig was geweest (2).
  • Bekijk en/of download de volledige versie van deze Meteorologica

 

Meteorologica december 2011

Meteorologica, december 2011 

  • De zogenaamde rookpluimen van natuurbranden op satellietbeelden zijn meestal opvallend wit van tint. Maar waarom is die rook niet grijs of bruin? Waarnemingen van dichterbij helpen ons met het vinden van het antwoord (3).
  • Robert Fitz Roy was zeeman, meteoroloog en de eerste directeur van de Britse meteorologische dienst. Hij verrichtte al waarnemingen van 1831 tot 1836 op een schip. Hier lees je de levensloop van deze man en waarom zijn ideeën onopgemerkt bleven in de twintigste eeuw. Vandaag presenteren we deel 2 (4).
  • De Centraal Nederland Temperatuurreeks (CNT) is een reeks van maandgemiddelde temperaturen van een aantal stations in Nederland opgebouwd uit gehomogeniseerde reeksen. In dit artikel doen we verslag van het homogeniseren van een aantal van deze reeksen en van de bouw van de CNT(6).
  • G. Groen is betrokken geweest bij een windonderzoek. Hier schetst hij een beeld van zijn ervaringen met een aantal windonderzoeken met betrekking tot potentiële wind, ruwheidslengte en zogenaamde beschuttingsfactoren en de windkaart in de Bosatlas van het Klimaat 1981-2010. Daarbij is er een aantal onzekerheden naar voren gekomen die beantwoord moeten worden (4).
  • Door het globaal opwarmende klimaat worden de winters in Nederland aanzienlijk warmer. Maar dan nog zijn er kansen op koudegolven. H. de Vries laat aan de hand van klimaatmodelsimulaties zien hoe de ‘relatieve’ kou verandert (4).
  • In dit artikel worden de ‘normalen’ beschreven die betrekking hebben op het minimum en maximum zoals die in de verwachtingen worden gebruikt. Deze worden per kalenderdag berekend door een gladde curve aan te passen aan de gemiddelden per kalenderdag over de jaren 1981 tot en met 2010. S. Kruizinga maakt het ons allemaal duidelijk (4).
  • De zomer van 2011 was koel, nat en somber. Maar was het nu echt een ‘slechte’ zomer? Je mag zelf de conclusie trekken als je dit gelezen hebt van K. Ybema en H. Zijlstra (2).
  • Bekijk en/of download de volledige versie van deze Meteorologica

 

Meteorologica september 2011

Meteorologica, september 2011  

  • De zware onweersbuien die bekend zijn als supercellen, vormen een indrukwekkend natuurverschijnsel. Datzelfde geldt voor de kolommen met gassen, stoom en as van uitbarstende vulkanen. Dit jaar waren er opnieuw tenminste twee van zulke uitbarstingen. Alles over de vulkanische mesocyclonen 2011 (3).
  • Robert Fitz Roy was zeeman, meteoroloog en de eerste directeur van de Britse meteorologische dienst. Hij verrichte al waarnemingen van 1831 tot 1836 op een schip. Hier lees je de levensloop van deze man en waarom zijn ideeën onopgemerkt bleven in de twintigste eeuw. Vandaag presenteren we deel 1 (6).
  • Onweersbuien worden regelmatig gekenmerkt door zware windstoten, zoals bij het Pukkelpopfestival in Hasselt op 18 augustus jl.. K. Hamid begon een zoektocht naar de oorsprong van significante windschade na onweer (6).
  • In dit artikel wordt het nieuwe observatorium De Veenkampen van Wageningen Universiteit voorgesteld en uitgelegd waarom een nieuwe locatie nodig was (4).
  • We eindigen met de klimatologische gegevens van de lente 2011 (2).
  • Bekijk en/of download de volledige versie van deze Meteorologica

 

Meteorologica juni 2011

Meteorologica, juni 2011  

  • Het weerbureau Meteo Consult bestaat 25 jaar en oprichter Harry Otten vond dat een goed moment om afscheid te nemen. Tijd voor een interview met deze bijzondere weerman (5).
  • En hoe staat Meteo Consult er eigenlijk voor na 25 jaar? Het antwoord lees je hier (2).
  • In totaal bestaan er acht prachtige verschillende regenbogen. Zeven ervan zijn te achterhalen via foto’s, maar niet van nummer acht. Onze eigen K. Floor is op zoek naar die ene unieke regenboog en vraagt hulp van iedereen die dit artikel leest (4).
  • Wist je dat het KNMI tot 1950 een filiaal had in het voormalig Nederlands Indië? Sinds 1866 werden daar meteorologische waarnemingen verricht in Batavia. Kijk maar (5).
  • Er zijn sterke aanwijzingen dat de intensiteit van extreme buien kan veranderen in een toekomstig warmer klimaat. In dit artikel bespreken we de fysische redenen voor deze veronderstelling en onderzoeken of er een relatie is tussen temperatuur en buienintensiteit in de waarnemingen van Nederland en die van Hong Kong. Daarbij maken we gebruik van data van De Bilt (1906-nu), de data van 27 weerstations in Nederland (1995-nu) en de data van Hong Kong in de periode 1885-2009 (4).
  • In 2010 bestond het HIRLAM project 25 jaar. Hier volgt een overzicht van deze periode, de bijdrage van Nederland aan het project, wat het tot nu toe heeft opgeleverd en wat de nabije toekomst voor ons in petto heeft; door S. Tijm (3).
  • Boekbespreking: “Klimaatverandering ….Hoezo klimaatverandering? Feiten, fabels en open vragen; ISBN 978-94-600-3303-2. Een boek van prof. Pier Vellinga die meteen de vraag stelt: hoe zeker is het dat de mens verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde nu we in 2009 en 2010 zo’n koude winter hebben beleefd? Met het hoofdstuk van feiten, fabels en onzekerheden zet hij alles op een rij en kun je zelf de conclusie trekken (1).
  • De winter 2010-2011 verliep in ons land koud en sneeuwrijk. Maar dat kwam vooral door de uitzonderlijke decembermaand (2).
  • Bekijk en/of download de volledige versie van deze Meteorologica

 


Op de website van de NVBM zijn de artikelen Meteorologica te lezen vanaf maart 2004
Hier zijn ook de inhoudsopgaven te zien van oudere uitgaven van Meteorologica.

19-04-2013 | Lectuur_Meteorologic | 579
Nu lid worden
  • 23/2 14:23 Gert:
    Zowaar een hagelbuitje in IJsselmuiden en een ontlading boven Groningen
  • 23/2 14:10 Roland:
    Korrelhagel op het koufront momenteel!
  • 23/2 13:53 Pieter:
    Op de satelietbeelden van buienradar is goed te zien hoe de stormdepressie van oost Engeland de Noordzee op draait , Hier in Purmerend schijn nu de zon .
  • 23/2 13:47 Gert:
    Bomen omgewaaid op de a22 ( teletekst 730)
  • 23/2 12:09 Ko:
    Een vrijwel droge ochtend. Gaat het net als gister, alle regen in middag en avond?
  • 23/2 10:01 Gert:
    Iets te snel was al gemeld. Windveld komt zuidelijker dan 36 uur geleden werd verwacht. Past mooi bij de verschrijving die gistermiddag zichtbaar werd in de modellen
  • 23/2 10:00 Gert:
    Code oranje in West en Zuid Nederland
  • 23/2 09:48 Pieter:
    Opvallend dat open gebieden als de Wadden en het Ijsselmeergebied niet bij code oranje zijn opgenomen
  • 23/2 09:40 Edward:
    Code oranje wordt nu voor Z-H, N-H, Ut, Zld en N-B afgegeven.
  • 23/2 09:17 Pieter:
    In 2 dagen tijd al 35 mm opgevangen in Purmerend, net 5 km tegen wind gefietst, een flinke trap benieuwd hoe het vanmiddag los gaat !!
  • 23/2 08:58 Gert:
    We naderen de 30 over de laatste 36 uur
  • 23/2 08:47 Hans:
    REGEN! Volop! Viel er gisteren over het etmaal 14.4 mm, nu is er ook al weer ruim 9 mm gevallen. Wind nu ZW 4 Bft en de temp. is 8.7 graden
  • 22/2 23:38 Gerard:
    Uiteindelijk kwam de regen wat zuidelijker terecht dan de modellen aangaven. 100 km opschuiven is snel gebeurd. 8.5 mm in Schoorl tegen een verwachte hoeveelheid van 15 mm
  • 22/2 21:48 Jaap:
    Was van ca. 11:30 tot 16:00 in Zwolle. Daar steeds regen. In de trein erheen, begon het op de Veluwe te regenen, zag ik. Hier in De Bilt is het wat later begonnen. En hier tot nu toe steeds lange regenperioden. Tot nu toe hier ong. 15 mm. Weer zonloos, maar zacht: 10 gr.
  • 22/2 21:05 John:
    Overigens is de opbrengst vandaag tot nu toe, gekeken vanaf middernacht, 21 mm.
  • 22/2 20:35 John:
    10 mm gevallen tot 18 uur vanavond. Te Rijen. Daarna is het blijven regenen.
  • 22/2 19:29 Ko:
    Toch wederom de meeste regen in de donkere uren. De afgelopen twee uur al bijna meer gevallen dan vanmiddag.
  • 22/2 17:18 Bart:
    Mn hele postloop vandaag in de regen gelopen, moet zeggen dat dat wel lang geleden is.. Morgen weer maar dan wat heftiger(Haarlem), kan nog spannend worden...
  • 22/2 16:06 John:
    Ja Ko. zo kan dat gaan. Aanmaak van regen langs frontale zone. Grauw, winderig, zacht en aanhouden regen de laatste uren in het midden van Brabant.
  • 22/2 14:52 Gert:
    Hier nu 19mm
  • 22/2 14:10 Ko:
    Toch wel? Al een tijdje aardig wat regen ineens. Vanuit het niets op de radar.
  • 22/2 13:58 Frank:
    In zaandam/Westzaan aanvankelijk droog, maar tegen de middag inzettende regen, wind wzw 6 bf., sinds gisteravond 8 mm. neerslag.
  • 22/2 11:46 Ko:
    Van die verregende woensdag waar ze het over hadden komt hier niks terecht. Groot deel van de ochtend droog! Tot nu toe nog wel bewolkt.
  • 22/2 10:58 Gert:
    dauwpunten op het wad dalen wat ( zie Project Sylphide op de vWK-site) koufront blijkbaar gepasseerd
  • 22/2 08:31 Gert:
    11mm volgens de vantage pro
  • 22/2 07:53 Hans:
    Gisteren een mooie dag met 11 graden in de middag bij wat zon!
  • 22/2 07:52 Hans:
    Het (depressie)hek is van de dam. Ronduit herfstachtig weer hier in Enschede-W met regen en wind. Ruim 3 mm gevallen tot nu toe. Afgelopen nacht om 4.00 uur 11 graden, nu 9.7
  • 21/2 22:20 Jaap:
    in de avond weer wat regen. En de vooruitzichten zijn zeer nat.
  • 21/2 22:19 Jaap:
    Lente-achtig vandaag, vooral in de middag. Er was geregeld zonneschijn en de temp. was vanmiddag ruim boven de 10 gr. In de tuin gewerkt met zingende koolmezen, roodborsten en heggemussen om me heen. Begin april-gevoel. Dat kan natuurlijk niet zo blijven.
  • 21/2 20:49 Willem:
    spijkenisse. min temp 8,6 gr max temp 11.0 gr .hoogste luchtdruk 1016.6 laagste luchtdruk 1011.2 hpa . neerslagsoort regen, hoeveelheid 3.2 mm
  • 21/2 19:15 Gert:
    Harmonie pakt wat betreft de regen flink uit. Zie knmi guidance
  • 21/2 17:44 John:
    Een deel van het land mag rekenen op een behoorlijk aanhoudend regenachtig regime de komende 24 uur. Klassieke situatie met een slepend polair front boven ons land. Deze winter niet veel voor gekomen.
  • 21/2 11:10 Kees:
    Het lijkt donderdag een spannend dagje te worden, wat de wind betreft ! Vooral het noorden kan er flink van langs krijgen.
  • 21/2 10:05 Gert:
    Hans ik denk het wel. Hier nu weer flinke opklaringen
  • 21/2 09:19 Hans:
    Het is hier in Enschede-W al weer helemaal dicht getrokken. Hopen dat het tijdelijk is....
  • 21/2 08:38 Hans:
    Jaap: 2 zonloze dagen hier (zondag/maandag) Gelukkig kijken we nu weer tegen fletse zonneschijn aan...
  • 21/2 08:36 Hans:
    Mooie opklaringen in Enschede-W bij 7.7 graden en vrij veel sluierbewolking + contrails. Gisteravond is er hier 6 mm gevallen uit het koufront en de maxtemp. van maandag viel tegen middernacht met 10.6 graden.
  • 20/2 22:08 Jaap:
    We hadden in de afgelopen winter een aantal dagen, waarin het onbewolkt was, maar geheel zonloze dagen ook. Vandaag weer zo'n zonloze dag, met nu en dan motregen en vanavond tijdelijk intensievere regen. Zacht: max. 10 gr. min. 7 gr.
  • 20/2 21:12 Willem:
    de minimum temperatuur in spijkenisse vandaag 6,9 gr, maximum 10.0 gr , op 10 cm bedroeg de temperatuur 5.4 gr.er viel 2.8 mm regen .
  • 20/2 19:23 John:
    Inderdaad een overtuigend dagje grijze druilerigheid. Zo een dag tussendoor kan ik nog wel waarderen, maar het moet geen gewoonte worden.
  • 20/2 16:30 Kees:
    Somberheid troef hier in Best. Hoewel de zon pas rond 18.00 u. ondergaat, begint het nu al te schemeren.
  • 20/2 07:40 Hans:
    Er is tot nu toe alleen wat lichte motregen gevallen (<0.1 mm) hier in het enschedese. Temp. 7.2 en het lijkt nog zachter te worden...
  • 19/2 21:33 Willem:
    de max temperatuur in spijkenisse vandaag 8,6 gr,minimum temperatuur 2,9 gr. afgelopen nacht vorst aan de grond temp -1.5 gr
  • 19/2 09:53 Hans:
    Even heeft het wat gesputterd (<0.1 mm) en vanmorgen was er mooi morgenrood te zien. Er naderen wat strokerige neerslaggebiedjes. Actuele temp. is 4.5
  • 18/2 21:59 Jaap:
    Hier in het midden des lands vanmorgen aanvankelijk dichte mist, daarna nevelig en bewolkt en in de middag flinke zonnige perioden. Zacht, met een maximum dat aan de 10 gr. tipte.
  • 18/2 20:01 Gerard:
    In Schoorl wel wat kortdurende doorschemering van de zon meegemaakt, maar geen echte opheldering, van mist naar nevel en de nevel en stratus bleef overheersen.
  • 18/2 17:58 Hans:
    Vandaag toch weer een hele redelijke februaridag met 9.4 graden als maximum Bewolking/opklaringen en nu, om 17.57 uur vrij helder bij 8.1 graden.
  • 18/2 14:02 Gert:
    Ongetwifeld subsidentie in het hogedrukgebied
  • 18/2 12:02 Ko:
    Wel snel gegaan hoe de zon de dichte mist heeft opgeruimd.
  • 18/2 10:24 Ko:
    Het is hier bevorderd naar dichte mist.
Bekijk het archief
Do 23 februari 2017
Bezoekers online
Er zijn 82 gasten en 11 leden aanwezig: Bert, BjŲrn, Ed, Edith, Evert, Ewald, Gerard, Gert, Roland, Sjoerd, Walter
Inloggen