De laatste 5 weerflitsen
18:03  IJSSELMUIDEN [OV]
16.8C (6/8) Zwaar bewolkt


12:17  EESVEEN [OV]
14.5C Lichte regen


11:55  ENSCHEDE [OV]
15.8C (8/8) Geheel bewolkt


11:53  ROODESCHOOL [GR]
15,1C Lichte regen


10:27  ENSCHEDE [OV]
12.5C (8/8) Geheel bewolkt


arrowHome arrow Weerspiegel arrow Richtlijnen donderdag 02 september 2010  
Advertisement
Advertisement
Advertisement
Advertisement





Wachtwoord vergeten?
Maak één account aan!
Na inloggen heeft u extra mogelijkheden op deze website.

Richtlijnen Afdrukken E-mail

Inleiding
In verenigingsverband bekijken we het weer achteraf. We doen onze waarnemingen, sturen waarnemingsformulieren in en met behulp van die gegevens worden de rubrieken in Weerspiegel gemaakt. Men kan dan de eigen bevindingen vergelijken met die van anderen of kan de gegevens statistisch bewerken. Daarvoor is het nodig, dat de waarnemingen betrouwbaar zijn en dat metingen en waarnemingen op dezelfde manier gebeuren. In onze vereniging hebben we hierover afspraken gemaakt, die in de richtlijnen staan.
  
Het weerstation, de apparatuur en het meten
Voor het verrichten van waarnemingen is bezit van apparatuur geen vereiste. Voor sommige rubrieken in Weerspiegel kan men waarnemen zonder instrumenten, maar voor deelname aan de meeste rubrieken moet gemeten worden en is het bezit van een weerstation noodzakelijk.
 
Om het vergelijken van waarnemingen mogelijk te maken is het van belang te weten hoe en onder welke omstandigheden er gemeten wordt. Daarom krijgen stations een aanduiding die aangeeft of het station onder invloed staat van stadseffect en welk type regenmeter en thermometer gebruikt wordt. Met nadruk wordt gesteld, dat de aanduiding geen waardering is. Het is slechts een manier om de opstelling en de gebruikte apparatuur aan te geven.
 
De opstelling van het station
Of je nu buiten woont of in een dorp of stad, kies altijd een plek uit voor het weerstation die zo ver mogelijk van gebouwen of obstakels is verwijderd. Al woon je in het centrum van de stad, toch kan het heel zinvol zijn daar metingen te verrichten.
 
Weerstations hebben in ieder geval een weerhut. In zo'n weerhut heeft de wind vrij spel terwijl regen en zon er niet in door kunnen dringen. De weerhut is voorzien van witgeschilderde planken of jaloezieën om de opvallende straling te reflecteren. Moderne uitvoeringen zijn aan de binnenkant zwart om interne reflecties tegen te gaan. Er zijn bouwtekeningen van verschillende modellen hutten te koop bij de penningmeester.
 
Houd er verder rekening mee dat de lengte van de maximum- en minimumthermometers 30 cm bedraagt en dat als later tot de aanschaf van een thermograaf of hygrograaf wordt overgegaan er voldoende ruimte in de hut moet zijn (afmetingen van 5Ox50x50 cm aan te raden). Plaats de hut op een grasveld zo ver mogelijk van uitstralende voorwerpen of beschutting vandaan.
 
Waarnemingen en meten
Voor de tijdstippen waarop moet worden waargenomen, wordt onderscheid gemaakt tussen metingen en waarnemingen. Waarnemen is dat wat u constateert met ogen, oren, neus en gevoel.
 
Metingen
Onze metingen willen we - overeenstemmend met wat gebruikelijk is binnen de Wereld Meteorologische Organisatie - om 18 GMT doen. Dit is in Nederland 19 uur lokale tijd (20 uur zomertijd). Alle metingen zijn om 19 uur lokale tijd. Let op: gemeten verschijnselen na dit tijdstip worden toegeschreven aan de volgende dag.
 
Het komt erop neer, dat u maar één keer per dag de weerhut opent en de aflezingen doet. Bent u op andere tijdstippen nieuwsgierig naar het weerverloop? Lees rustig af, maar verander onder geen enkele voorwaarde de waarnemingen van 19 uur! Een dag loopt dus van 19 tot 19 uur.
 
Voorbeeld:
Is het om 23 uur warmer dan om 19 uur, dan blijft voor die dag het afgelezen maximum van 19 uur gelden. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de minimumtemperatuur, de vochtigheid, de luchtdruk enz.
 
Neerslag na 19 uur gemeten telt mee voor de volgende dag.
 
Voorbeeld:
Als er op 31 juli na 20 uur (zomertijd!) nog neerslag wordt gemeten, dan wordt deze genoteerd bij 1 augustus. Net zo: Als er op 31 december na de avondaftapping nog 15 mm valt, dan wordt dit op 1 januari van het volgend jaar opgetekend.
 
Als iedereen consequent de aflezingen om 19 uur doet, gaat het altijd goed. Er zijn uitzonderingen op deze algemene regel voor de rubrieken onweer en sneeuw.
 
Waarnemingen
Voor waarnemingen (constateringen van hagel, sneeuw, onweer e.d.) loopt de dag wel van 0-24 uur lokale tijd. Voor de waarnemingen wordt geen rekening gehouden met zomertijd. U hanteert dus de lokale tijd die op dat moment geldt.
 
Temperatuurmeting
In het voorafgaande is al gesteld dat we de temperatuur in een weerhut meten om de thermometer tegen (in)directe straling te beschermen. Bij de meeste opticiens zijn eenvoudige maximum- en minimumthermometers verkrijgbaar (het minimum links, het maximum rechts afleesbaar) met een U-vormige buis. 

Het is nauwkeuriger als u gebruik maakt van geijkte maximum- en minimumthermometers. Deze thermometers zijn 30 cm lang en hebben op de schaalverdeling om de 0,5°C of 0,2°C een streepje staan, zodat je gemakkelijk in tienden van graden kunt aflezen. Lees de thermometer af op de hoogte van het kwik- of alcoholniveau en zorg ervoor dat uzelf - als externe warmtebron - de temperatuurmeting zo min mogelijk beïnvloedt.
De thermometers in de hut dienen zich op een hoogte van 1,5 meter boven het gras te bevinden.
 
Verder kunnen er in de weerhut zogenaamde stationsthermometers geplaatst worden, die gebruikt worden om de temperatuur en vochtigheid van de lucht te meten. Dit zijn twee lange verticaal opgestelde thermometers, waarvan er één voorzien is van een om de bol gewikkeld nat kousje. Door verdamping van het water koelt de nattebolthermometer af omdat er voor die verdamping warmte nodig is en die warmte aan de nattebolthermometer onttrokken wordt. Naarmate de lucht droger is kan meer vocht verdampen en wordt de natteboltemperatuur lager. Via een tabel kan op grond van het verschil tussen de droge- en de natteboltemperatuur de luchtvochtigheid worden bepaald.
 
Er zijn opstellingen met een aangedreven ventilator (Augustpsychrometer). Door de langsstromende lucht kan het water beter verdampen.  
 
Waarnemers wordt ten zeerste aangeraden ten minste één thermometer te laten ijken. Dit ijken houdt in dat een ijkcertificaat bij het apparaat wordt geleverd, waarop de eventuele afwijking van het instrument bij bepaalde waarden staat. IJking is twee jaar geldig en dient daarna te worden herhaald, maar thermometers van goede kwaliteit blijven wellicht langer correct aanwijzen.
 
Tijdens heldere nachten koelt de lucht vlak boven het aardoppervlak het sterkst af. Vandaar dat het interessant is daar een thermometer te plaatsen.  
 
Grasminimumthermometer
Hiervoor dient een zogenaamde grasminimumthermometer. Dit is een minimumthermometer (gelijk aan de in de weerhut opgestelde minimumthermometer) die op precies 10 cm boven kortgeknipt gras onder een witte afdekplaat wordt opgesteld. Voor de juiste grasminimumtemperatuur is de afdekplaat verplicht. Deze grasminimumthermometer wordt vrij opgesteld van obstakels (twee keer zo ver van obstakels als de hoogte van die obstakels), doch hooguit 5 meter vanaf de weerhut. Anders is er geen relatie tussen de huttemperatuur en het grasminimum.
 
Thermograaf
Om het verloop van de temperatuur in de tijd te zien is de thermograaf (zelfregistrerende thermometer) een nuttig instrument. Met een pen wordt de temperatuur gedurende een dag, week of een maand op een strook papier opgetekend. De thermograaf is niet bedoeld om de heersende temperatuur af te lezen of de maximum- of minimumtemperatuur te bepalen. Daarvoor is hij meestal te onnauwkeurig.

Wel is het mogelijk het thermogram (= de op het papier getekende temperatuurlijn) te gebruiken voor het bepalen van de gemiddelde temperatuur. Daarvoor moet de thermograaf wel geijkt worden door vergelijking met een geijkte thermometer. Aldus gecorrigeerd kan men via uurlijkse aflezingen vanaf de strook de gemiddelde dagelijkse temperatuur bepalen (19-19 uur lokale tijd).
Opmerking: de temperatuur wordt in tienden van graden Celsius gemeten.
 
Regenmeting
Eenvoudige regenmeters van glas of plastic blijken slecht afleesbaar. Vooral bij kleine neerslaghoeveelheden kunnen zo grote afleesfouten ontstaan, maar ook bij grotere hoeveelheden is aflezen op tienden van millimeters moeilijk. Deze eenvoudige regenmeters kunnen bij vorst bovendien gemakkelijk kapot gaan.
Bij grote neerslaghoeveelheden moet tussentijds afgetapt worden en als na regen de spreekwoordelijke zonneschijn komt, kan uit zo'n open regenmeter een deel van de inhoud verdampen. 
 
Beter is een Hellman regenmeter met een opvangoppervlakte van 2 of evt. 4 dm2 . Hij is voorzien van een scherpe rand om het opvangoppervlak precies af te bakenen. Via een nauwe trechter loopt het water in een binnenreservoir, waar de zon niet rechtstreeks op kan schijnen. Door deze voorziening zal er van het opgevangen water weinig verdampen. Hij kan zeer grote dagsommen verwerken. 
 
Plaats de regenmeter vlak boven de grond zo ver mogelijk van obstakels vandaan (2x zo ver er vandaan als deze hoog zijn!). Giet, als het sneeuwt tijdens de aftapping om 19 uur, een vooraf gemeten hoeveelheid warm water in de regenmeter en trek die er bij de aftapping weer af. Een elektrische verwarming behoort ook tot de mogelijkheden.
 
Als het tijdens de sneeuwval flink gewaaid heeft, is de opgevangen hoeveelheid sneeuw niet meer representatief. Ga dan naar een plek waar de sneeuw niet of het minst is opgewaaid en druk daar de regenmeter omgekeerd in de sneeuw tot op de bodem. De aldus verzamelde sneeuw vervolgens smelten volgens de al eerder vermelde methode. Zorg ervoor dat uitsluitend de verse sneeuw van het afgelopen etmaal zo gemeten wordt (maak bijv. een bodempje van planken als er oude sneeuw ligt). Het spreekt vanzelf dat deze manier van meten niet meer dan een indicatie is van wat er werkelijk gevallen is.
 
Als je wilt weten wanneer het geregend heeft en hoe intensief de neerslag was, dan voldoet een pluviograaf of zelfregistrerende regenmeter goed. Voor gebruik in de winter moet de pluviograaaf voorzien zijn van een verwarmingslamp. Anders vriest hij kapot. Een bijkomend voordeel is dat de sneeuw die erin valt meteen smelt.
 
Tegenwoordig zijn er ook diverse typen electronische regenmeters. Deze kunnen goed voldoen, maar ze zijn wel gevoelig voor vervuiling. Regelmatig schoonmaken is noodzakelijk. Opmerking: de neerslag wordt in tienden van millimeters gemeten.
 
Luchtdrukmeting
Met een gewone huisbarometer of aneroïde barometer kan de luchtdruk worden gemeten, maar deze is niet erg nauwkeurig. Door wrijving in het mechaniek blijft de wijzer vaak achter bij luchtdrukveranderingen. Daarom moet er voorzichtig op de barometer getikt worden. De wijzer schiet dan soms enkele hectoPascals voor- of achteruit).
Een stationsbarometer of precisie anaeroïde barometer is betrouwbaarder dan de vertrouwde huisbarometer en is dus aan te raden. Nog beter zijn de kwikbarometers. Dit instrument is voorzien van correctietabellen voor hoogte en temperatuur maar is zeer prijzig.
 
Voor het vastleggen van het verloop van de luchtdruk dient een barograaf. Een barometer of een barograaf kan in huis opgesteld worden. Barografen zijn wel gevoelig voor temperatuurschommelingen. Zet ze dus zoveel mogelijk op een plek met constante temperatuur. Duurdere modellen zijn meestal temperatuurgecompenseerd. Hoe meer drukdozen in de barograaf of de barometer hoe nauwkeuriger het instrument. Het openen en sluiten van deuren veroorzaakt kleine drukverschillen, die op het barogram als drukpiekjes te zien kunnen zijn.
Opmerking: als eenheid van druk hanteren we de hectoPascal (hPa).
 
Windmeting

Dit is een voor weeramateurs vaak moeilijk te meten element, want het zal niet meevallen op het vrije veld op 10 m hoogte een windrichtings- en windsnelheidsmeter te installeren, zoals de officiële richtlijnen voor de opstelling luiden. De meeste waarnemers plaatsen de windmeter op het dak. Het huis of de huizenrij geeft een verstoring van het windveld, die tot meters boven het dak merkbaar is. Windrichting en - snelheid kan vaak op afstand binnenshuis worden afgelezen op een paneel dat met kabels aan de opnemers verbonden is. Tegenwoordig zijn er ook draadloze uitvoeringen. Als de windsnelheidmeter in een windtunnel is geijkt, is de meting betrouwbaar. Opmerking: de wind wordt gemeten in meters per seconde.
 
Zonneschijnmeting
Het is alleen mogelijk de zonneschijn te meten als de zon van zonsopkomst tot zonsondergang onbelemmerd kan schijnen op het meetinstrument (bijvoorbeeld op het platteland of op hoge gebouwen). Vroeger was de zonneschijnautograaf volgens Campbell-Stokes algemeen. Het instrument bestaat uit een glazen bol die het zonlicht focust op een strook papier met een schaalverdeling van de tijd. De geconcentreerde zonnestraling brandt een spoor in het papier. Aan de hand van het brandspoor is dan af te lezen wanneer en dus ook hoe lang de zon heeft geschenen. Tegenwoordig wordt veelal gebruik gemaakt van elektronische zonneschijnmeters. Opmerking: er wordt aangegeven hoeveel uur de zon heeft geschenen.
 
Vochtigheidsmeting

De betrouwbaarheid van het meten met haarhygrometers is afhankelijk van de gebruiker. Voor een goede werking moeten de meters regelmatig geregenereerd worden in verzadigde lucht. De vochtigheid kan ook worden bepaald d.m.v. een droge- en een nattebolthermometer, waarbij de laatste dient te worden geventileerd (stationspsychrometer, slinger psychrometer, Augustpsychrometer en Assmannpsychrometer zie verder bij temperatuurmeting). Om het verloop van de vochtigheid te registreren kan een hygrograaf (soms gecombineerd met een thermograaf tot thermohygrograaf) goede diensten bewijzen. Opmerking: de relatieve vochtigheid wordt uitgedrukt als een percentage van de maximale hoeveelheid vocht die lucht van de heersende temperatuur kan bevatten. De eenheid van luchtvochtigheid is % relatieve vochtigheid.
 
Meting van overige elementen
Er zijn nog veel andere elementen te meten, maar het zou in het kader van deze algemene inleiding te ver voeren hier dieper op in te gaan. Om toch nog wat mogelijkheden te vermelden: men kan de grondtemperatuur op verschillende dieptes, de temperatuur van het (zee)water, de straling, het zicht en de hagelval meten. Er zijn bliksemtellers, onweersindicatoren, verdampingsmeters enz.

Zelfbouw
Een handige knutselaar kan ook zelf meetinstrumenten bouwen. Af en toe verschijnen artikelen in Weerspiegel over zelfbouw van apparatuur. Ook zal de zelfbouw en aanschaf van electronische apparatuur regelmatig onder de aandacht worden gebracht (digitale thermometers, windmeters e.d.),

 
Weerfoto's
12.jpg
Hotlinks
Uit de Weerspiegel
Bezoekers online
Er zijn 55 gasten en 7 leden aanwezig: voerman, Cor Riezebos, DinantH, Hans Nienhuis, Roel RM, lieve_ridwan, Jeroen.

© 2010 Vereniging voor Weerkunde en Klimatologie
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.