|
IJskappen Groenland en Antarctica worden dunner |
|
|
|
Nieuw onderzoek van o.a. de British Antarctic Survey tonen een gedetailleerd beeld van het gedrag in de laatste jaren van de ijskappen op Groenland en Antarctica. Door vele miljoenen satelliet lasermetingen te vergelijken, is in kaart gebracht waar het landijs dunner wordt en waar juist dikker. Het totaalbeeld: dunner.
Het meeste ijs gaat verloren, waar gletsjers in zee uitmonden; de dikte van het ijs neemt daar gestaag af in de loop der jaren. Dit proces vindt plaats op alle breedtes van Groenland, in sommige kustgebieden van Oost-Antarctica maar veelvuldiger in West-Antarctica, en is vaak meetbaar tot honderden kilometers landinwaarts. Waar een gletsjer in zee stroomt zijn vaak ijsplaten aanwezig, een soort drijvende voortzetting van de gletsjer in de oceaan. Sommige daarvan zijn zeer omvangrijk, met name in Antarctica (de Ross- en Ronneplaten) Dergelijke platen dunnen tegenwoordig af door warmer water of breken af in stukken die verder smelten. Dit kan dan de snelheid van de bijbehorende gletsjers verhogen.
Op Groenland blijkt dat van de 111 snelstromende gletsjers er 81 zijn die twee keer zo snel dunner werden dan langzaam stromende gletsjers op dezelfde breedtegraad. Snel dunner wordende gletsjers op West-Antarctica zijn Pine Island en Smith and Thwaites, die jaarlijks 9 meter aan dikte verliezen.
(klik op plaatje voor vergroting; persbericht: zie hier) De ijskappen, miljoenen jaren oud, worden jaarlijks gevoed door nieuwe sneeuwval maar raken ook weer ijs kwijt door transport via gletsjers naar de oceanen. De balans tussen beide bepaalt of een ijskap aan volume wint of verliest. Opwarming kan aan beide kanten een effect hebben. Warmere lucht kan meer vocht bevatten en dus leiden tot meer sneeuwval bij temperaturen rond/onder nul. Bij temperaturen boven nul ('s zomers) kan water (aan de oppervlakte gesmolten ijs) via spleten doordringen tot de onderkant van een gletsjer en dan (tijdelijk) zorgen voor een glijbaan-effect. IJsplaten bij de uitmonding van een gletsjer zorgen voor een natuurlijk remeffect; wanneer deze platen dunner worden of verdwijnen door warmer water neemt het remeffect ook af.
Het beeld dat de onderzoekers schetsen is niet eenduidig. Er zijn vele gebieden waar het landijs dunner wordt, maar ook gebieden waar het duidelijk dikker wordt (waar de sneeuwval het dus wint van de afsmelt). Ook blijkt uit eerder onderzoek dat de beweging van gletsjers vaak in sprongen gaat. Vaak worden langzame gletsjers ineens snel of andersom; dit gaat soms zo abrupt dat seismografen dan 'bevingen' kunnen registreren.
IJskappen en gletsjers boven land moeten niet verward worden met (drijvend) zeeijs. De eerste kunnen wél bijdragen aan een mogelijke stijging van de mondiale zeespiegel, het laatste niet. |